Hoop gloort bij trage wederopbouw Haïti
De wederopbouw van Haïti na de verwoestende aardbeving, morgen twee jaar geleden, vordert tergend langzaam. 'Omdat we niet eeuwigdurend hulp kunnen geven, willen we Haïtianen bewust maken van hun toekomst', zegt de Filipijnse ZOA-medewerker Jeff Cosico. 'Denk aan jullie kinderen!'
Tal van hulporganisaties berichten deze week over hun succes en tegenslag bij de wederopbouw van Haïti. Op 12 januari 2010 kwamen naar schatting 150.000 tot 220.000 Haïtianen om bij een beving die vooral de steden Port-au-Prince, Léogane en Jacmel trof. De ramp schokte de wereldgemeenschap, die meer dan vier miljard dollar aan hulp beloofde.
Nog maar de helft van de toezeggingen is daadwerkelijk besteed en de wederopbouw verloopt 'in een slakkengang', aldus Oxfam Novib gisteren. Meer dan een half miljoen Haïtianen leeft nog in tentenkampen, met provisorische voorzieningen, in onderkomens van golfplaten, plastic of zeildoek. De veiligheid in de kampen laat veel te wensen, terwijl de regering weinig daadkracht toont. Cholera blijft de volksgezondheid bedreigen. De werkloosheid is enorm: tenminste zeven op de tien Haïtianen hebben geen baan.
'Ik begrijp de teleurstelling over die slechte berichten', zegt Jeff Cosico, die voor de christelijke organisatie ZOA hulp verleent onder Haïtiaanse boeren. De 47-jarige Filipijn werkt al vijftien maanden in Haïti en bevestigt dat er in het straatarme land veel frustratie leeft. 'Er zijn berovingen en ontvoeringen. De corruptie is hardnekkig. Onder de bevolking heerst onvrede over de aanwezigheid van vredestroepen. Zelfs buitenlandse hulpverleners zijn soms mikpunt van geweld.'
Zaadjes
Toch relativeert hij de negatieve berichtenstroom. 'Al lang voor de aardbeving was Haïti arm en erg afhankelijk van buitenlandse hulp. Ook als ik vertrek – waarschijnlijk eind dit jaar – is het land de ellende nog lang niet te boven. Maar tegelijk zie ik zaadjes van hoop, een begin van verandering.'
Cosico bedoelt dat letterlijk, want hij is vooral betrokken bij steun en onderricht aan kleine boeren. 'Wij zorgen voor zaaigoed, geiten of stekken van vruchtbomen. Van de oogst of levende have kunnen de boeren weer een bestaan opbouwen, en zij geven daarvan weer door aan anderen. We maken ze bewust dat onze hulp niet eeuwigdurend is: denk aan jullie kinderen, zij zijn de toekomst van Haïti.'
Lichtpuntjes zijn er zeker: meer dan 430 kilometer aan wegen is hersteld of aangelegd, de immense berg puin na de aardbeving is voor de helft opgeruimd en tienduizenden gezinnen beschikken weer over een woning. 'Elke dag kregen in Jacmel gemiddeld vier gezinnen een veiliger huis om in te wonen', zegt Vanessa Nicholson van hulporganisatie Medair. De eigen woonplek kort het verblijf in de onveilige kampen in en voorkomt uitbreiding van cholera. 'Langzaam maar zeker zagen we de situatie in de afgelegen bergregio rond Jacmel veranderen', vult collega Manuel Jagourd aan.
Trouw
Veel aandacht van hulporganisaties gaat naar het zwaargetroffen Léogane en de hoofdstad Port-au-Prince. ZOA richt zich vooral op slachtoffers in afgelegen gebieden. Jeff Cosico: 'Veel geïsoleerd levende Haïtianen hebben nog nauwelijks hulp gekregen; juist zij mogen als the least, the last and the lost rekenen op hulp van christelijke hulporganisaties. Nederlandse christenen roep ik op te blijven bidden voor Haïti, en royaal te blijven met financiële steun, want er zijn nog veel mensen in nood.'
Voor hem omvat hulp meer dan alleen materiële ondersteuning; als christelijk hulpverlener hanteert hij Bijbelse principes. 'Bijvoorbeeld dat wie in het kleine trouw is, grote dingen kan bereiken. Dat leiderschap dienend is. Het werkt, want ik zie leiders die bereid zijn te luisteren naar de wensen van kleine gemeenschappen en boeren die zorg hebben voor het milieu.' Het geeft hem meer vertrouwen dan de ambitieuze overheidsplannen voor wederopbouw. 'Papier is geduldig. Maar in Léogane verwachten de burgers bijna niets van hun overheid.'
Dankbaar is Cosico dat hij zijn geloof vrijuit kan delen met de Haïtianen. 'Heel anders dan toen ik als hulpverlener in Bangladesh en Myanmar (Birma) werkte. Het geloof van de Haïtianen wil ik niet veranderen, al zie ik bij de wijdverbreide voodoo-praktijk dingen die in tegenspraak zijn met mijn overtuiging. Maar ondanks de ellende leeft er onder Haïtianen veel vertrouwen op God en dat mag ik met hen delen.'
Dit artikel van de hand van Gerhard Wilts verscheen op 11 januari 2012 in het Nederlands Dagblad.
