Myanmar: zes dagen op de boot

Het CDN, waar ZOA in Myanmar deel vanuit maakt, organiseerde in december 2008 opnieuw een hulptransport voor de slachtoffers van de cycloon Nargis. Dit was alweer het vierde transport, en ik ging mee om het te begeleiden. Omdat er geen wegen (meer) zijn in de delta, gaat het transport over water. Woensdag 3 december vertrokken we vanuit de hoofdstad Yangon, maandag 8 december waren we terug. We sliepen in het midden van de boot, boven het ruim. Bij de eerdere transporten sliepen ze op de houten vloer, maar deze keer waren er matjes: een meevaller!

Angstige momenten
Omdat de boot zwaar beladen is met hulpgoederen, moeten we eerst twee uur wachten tot het hoog water is voordat de boot kan uitvaren. Achterin is de keuken. Geen idee hoe het hier met hygiëne gaat, we zullen zien... Hier in het achterste gedeelte slapen ook de bootjongens en de monteurs. Deze monteurs zullen de elektrische apparatuur, zoals dorsmachines, installeren en de dorpelingen uitleg geven over de werking.

Het ruim zit tot de nok toe vol met zakken zaad, bamboezeven, lege zakken voor de oogst, handmaaiers en kapmessen. Bij elk dorpje gaan we voor anker. De ene keer kunnen we loopplanken uitleggen om zo de goederen uit te laden. Dat levert wel wat angstige momenten op: ze rennen met de machines en zakken zaad zowat over de smalle planken. Maar ze zijn het gewend en het blijft gelukkig goed gaan.
Andere keren is het niet mogelijk aan te meren en komen de dorpelingen met kleinere bootjes waarin we de spullen dan overladen.

In het eerste dorpje Kanyin Tapin praat ik met een meisje van twaalf, Hnin Si. Zij heeft haar beide ouders verloren en woont nu samen met een jonger zusjes bij haar oudste zus van 19 jaar.

Even later zetten de meegereisde monteurs de eerste oogstmachine aan om te testen en te demonstreren. Aan de gezichten van de dorpsbewoners te zien zijn ze er blij mee, maar ze kijken ook een beetje bezorgd. De rijst die uit de machine komt, is namelijk niet echt goed. Geen probleem gelukkig, de machine hoeft alleen maar beter afgesteld te worden. Bovendien zullen na ons vertrek opnieuw instructeurs langskomen om instructies te geven over het onderhoud van de machine.

Rijst en bakstenen
In veel dorpen zijn problemen met drinkwater. De wateropvang die er was is onbruikbaar geworden door de overstroming met zout water. Waterputten zijn soms wel tweehonderd meter verplaatst door de kracht van het water. En de waterpotten voor de opvang van regenwater zijn bijna allemaal gebroken. Het CDN heeft al een aantal wateropvanggebieden schoongemaakt, maar het waterprobleem is nog niet opgelost.

Van de negen dorpen die we bezoeken, is Ponkamar het enige christelijke dorp. We bekijken de overblijfselen van de kerk. Deze kerk was in 2001 gebouwd. Ze betaalden daar gezamenlijk voor door emmers rijst die werden omgeruild voor bakstenen. Terwijl we de bouwval bekijken, beginnen ze om ons heen ineens te vegen en stoelen neer te zetten. Wat blijkt: ons bezoek is aanleiding voor een geïmproviseerde dienst!

Tellen met stokjes
In Kanyin Kwin worden veel goederen uitgeladen voor dorpen waar we met de boot niet kunnen komen. Vanuit Kanyin Kwin zal dit verder worden gedistribueerd. Het is heel interessant om te zien hoe men bijhoudt hoeveel zakken er van boord zijn gehaald. Op het moment dat een man op de boot een zak op zijn schouders gelegd krijgt, krijgt hij ook een stokje. Als hij van boord is, geeft hij dat stokje af. Door het aantal stokjes te tellen, kunnen ze de juiste hoeveelheid uitladen.

Van de negen geplande dorpen bezoeken we er toch maar acht. Het laatste dorp ligt te dicht bij de zee; de kapitein durft het niet aan. Daarom laden we de goederen uit bij een opslagloods van het ministerie van landbouw. Vandaaruit zullen de hulpgoederen verder gebracht worden.

Lichtpuntje
Het is een goede reis geweest. Er zijn veel goederen uitgedeeld door het CDN, waardoor de dorpsbewoners hun leven weer op kunnen pakken. Ondanks het verlies van hun geliefden is dit voor hen een lichtpuntje. Mensen vertelden me dat ze bang waren dat niemand hen wilde helpen, en dat ze nu enorm blij zijn met de hulp.
Ik heb de vernielingen door de cycloon Nargis gezien, maar het waren vooral de verhalen van de mensen waardoor ik besefte wat deze cycloon heeft aangericht en hoe hoog het water was gekomen. Meestal tot de daken van de huizen, waardoor dus veel mensen verdronken. Zelfs nu ik er geweest ben, blijft het vrijwel onmogelijk te beseffen wat zich hier begin mei heeft afgespeeld.

Marieke Uringa
support medewerker


Terug naar het overzicht