In de nacht van 2 op 3 mei 2008 werd Myanmar zwaar getroffen door de cycloon Nargis. Winden met een snelheid van rond de 200 km per uur raasden door de zuidelijke Irrawaddy delta en de voormalige hoofdstad Yangon (Rangoon). Hele kustdorpen verdwenen in de hoge golven. Volgens de laatste officiële cijfers zijn 84.537 mensen gestorven en worden bijna 54.000 mensen vermist. 2,4 miljoen mensen zijn ernstig getroffen, doordat ze dakloos raakten en honger lijden.
Overlevenden zochten drinkwater en voedsel, terwijl duizenden lichamen in het water lagen. Door de omvang van de ramp werd gevreesd voor uitbraak van ziektes. Gelukkig zorgde de start van het regenseizoen voor de aanvoer van schoon drinkwater, waardoor ziektes uit zijn gebleven. Dankzij initiatieven van particulieren, kloosters en kerken is er veel binnenlandse hulp gegeven. De internationale hulp kwam langzaam op gang, omdat de autoriteiten van Myanmar de eerste weken na de ramp geen nieuwe buitenlandse hulpverleners toelieten. Bovendien was het moeilijk om informatie uit de Delta te krijgen, omdat het grootste deel alleen te voet of per boot bereikbaar is.