“Dit is geen werk maar een roeping”

Andries de Blaeij blikt terug op ruim zes jaar in Afghanistan

Eindelijk mag het naar buiten: Andries de Blaeij woonde en werkte de afgelopen zesenhalf jaar in Afghanistan als landendirecteur voor ZOA. Voor zijn eigen veiligheid bleef dat geheim, gaf hij alleen interviews onder een schuilnaam en stond hij nooit herkenbaar op een foto. Hoe kijkt Andries nu terug op die bizarre periode en de ontwikkelingen in Afghanistan?

Zijn kinderen waren het er niet mee eens, toen Andries zeven jaar geleden vertelde dat hij in Afghanistan ging werken. “Nee, die vonden het niets, veel te onveilig. Ik trok me er niets van aan en ben gewoon gegaan. Met kleinere kinderen had ik nooit voor Afghanistan gekozen, dan ben je geen vader meer.”

Het land Afghanistan is er slechter aan toe dan toen hij begon, ziet ook Andries. De veiligheid en stabiliteit zijn achteruit gegaan. “De Taliban heeft terrein gewonnen. In sommige gebieden kon ik eerder nog rijden maar nu niet meer. Soms zelfs mijn eigen staf niet. Het is zo zonde. Het land heeft enorm veel grondstoffen, ondanks dat het droog is. Het was de grootste exporteur van gedroogde vruchten en noten. Als er vrede is zijn er zoveel mogelijkheden. De bevolking was behoorlijk ontwikkeld, maar er is een brain-drain: ontwikkelde mensen vertrekken naar het westen en Amerika voor een beter leven.”

ZOA bouwt waterpompen in Afghanistan
ZOA bouwt waterpompen in Afghanistan

Hoe houd je moed om dit werk te doen als je merkt dat de veiligheid in het land tussen de vingers weg glipt?

“Voor mij is dit geen werk maar een roeping. Juist als het onveiliger en onleefbaarder wordt kunnen we als ZOA een verschil maken in de levens van de individuele mensen die moeten zien te overleven. We helpen mensen die ontheemd zijn vanwege conflicten en natuurrampen in Afghanistan. Naast de gevechten zijn er bijna elk voorjaar overstromingen. Het afgelopen jaar waren er ook enorme droge periodes. Als er niets valt, is er geen opbrengst.”

Wat doet ZOA voor mensen die hierdoor getroffen worden?

“Zodra mensen op de vlucht slaan komen ze in een gebied zonder voorzieningen. Als je ziet hoe droog de gebieden zijn en je mensen kunt helpen aan een waterpomp, zijn ze heel dankbaar. Dat hebben ze vaak nooit gehad. ZOA kijkt niet alleen naar drinkwater maar naar het complete plaatje van gezond leven, zoals hygiëne. In Afghanistan is dit gecompliceerd omdat de toiletten voor mannen en vrouwen streng gescheiden moeten zijn, zelfs niet bij elkaar in het zicht. Bij de washokken moet je je kunnen uitkleden zonder dat iemand het ziet.

We bouwen ook huisjes. Door de overstromingen spoelen de lemen huisjes weg. We adviseren ze hoe ze een goede fundering maken. Dit om te voorkomen dat de huizen in elkaar storten bij erge regen en overstromingen.”

Voor mij is dit geen werk maar een roeping.

Over mannen en vrouwen gesproken, hoe gaat dat binnen het ZOA-team dat vooral bestaat uit Afghanen?

“We geven veel trainingen. Mannen mogen geen vrouwen trainen en andersom ook niet. In het team moeten daarom zowel vrouwen als mannen werken. Ook als collega’s moeten vrouwen afstand houden van mannen die niet hun eigen man zijn. Soms was het wel nodig dat een man en een vrouw samen op pad gingen. Een man en een vrouw samen in een auto luistert nauw omdat de kans bestaat dat je elkaar aanraakt. Je kunt dit oplossen door je rugzak ertussen te zetten – dit maakt het acceptabeler. We hadden ook andere trucjes. We namen bijvoorbeeld broer en zus in dienst, of vader en dochter of echtgenoten. Zo konden ze toch samen reizen. Een familielid is geen probleem.”

Je bent daar zonder vrienden en familie, je mag niet van het terrein af. Wat kan je doen in je vrije tijd?

“Vijf dagen per week zijn er rond de vijftien mensen, die op de compound wonen. We speelden elke dag volleybal met het team. Het is goed voor je beweging maar ook voor het team. Na het samen eten speelden we schaak. Dat wordt veel gedaan in Afghanistan. In het weekend was ik vaak alleen.”

Andries de Blaaij

In Afghanistan wonen bijna geen christenen. Hoe gaat het met je geloofsleven als je er zo alleen voorstaat?

“Dat vind ik een moeilijke vraag. Ik was nog nooit in contact geweest met moslims. In Afghanistan werk je met bijna alleen maar met moslims. Het was heel boeiend om met hen over God te praten. Het enige wat zij van christenen weten is wat ze horen van een imam. Mijn teamleden weten dat ze voor een christelijke organisatie werken, maar dat vonden ze geen probleem. Het is mooi om hen te vertellen over het ontstaan van ZOA – opgericht door 3 christelijke studenten. Als je er te diep op ingaat gaan ze zich vaak verdedigen. Voor hen is het heel lastig om te horen dat God onze Vader is. Dat is zo anders dan de visie van de islam. Je moet dit soort onderwerpen niet forceren maar dit soort vragen komen wel. Het slachtfeest gaat over Abraham die zijn zoon Ismaël moet offeren. Je kunt er natuurlijk over vallen dat zij het verhaal anders lezen, maar het is een prachtig verhaal om te illustreren waarom Jezus naar de aarde kwam.”

Jouw baan in Afghanistan is nog een vacature. Waarom is het zo’n toffe baan?

“Het is een geweldig team in Afghanistan, daar heb ik altijd erg van genoten. De mensen die je helpt hebben echt hulp nodig. Dat is enorm bevredigend. Je moet er lol in hebben om te werken in een andere cultuur. De Islam en de cultuur leggen veel beperkingen op. Je moet daar flexibel mee kunnen omgaan.”

Andries is per 1 januari verhuisd naar Nigeria om daar het ZOA-kantoor te leiden. We wensen hem Gods zegen op zijn nieuwe plek!

Tekst: KlaasJan Baas // Foto’s: ZOA