Geen school voor deze jonge dromedarishoeders

Ze zijn niet ouder dan 6 jaar, de jochies die ik tegenkom tussen het struikgewas even buiten Amudat in het noordoosten van Oeganda. Als ze me zien zetten ze het op een lopen, want niet iedere dag komen ze hier blanken tegen.

Even later zijn ze weer terug, en dat is maar goed ook, want de dromedarissen moeten ze in de gaten houden. Wonderlijk gezicht trouwens, die kleine ventjes tussen de enorme lijven van de dromedarissen. Iedere dag worden ze op pad gestuurd om de dieren te hoeden, de hele lange dag. Tegen de avond gaan ze weer terug naar het huttendorp om de dromedarissen te melken. Met hun stok houden ze de beesten in het gareel. Voor eten moeten de jongens zelf zorgen en daarom hebben ze altijd een pijl en boog bij zich om ratten, apen of hertjes te kunnen schieten. Verder drinken ze de melk van de dromedarissen en verzamelen ze vruchten.

Het lijkt allemaal misschien idyllisch, maar in feite is het leven van deze jochies een triest verhaal. Want alle dagen van de week struinen ze hier rond, zonder ook maar ooit de kans te krijgen naar school te gaan. Leren lezen, schrijven en rekenen is er voor hen niet bij. Terwijl leeftijdgenootjes elders in Oeganda dagelijks op school zitten, slijten zij hun leven in de eentonigheid van het veld, als kamelendrijver of koewachter.

Gelukkig groeit ook onder ouders het besef dat deze jongens beter verdienen en ook naar school moeten kunnen. En dat is mooi, want zo is er hoop op verandering. Daarbij komt dat deze vorm van kinderarbeid in Oeganda bij wet verboden is verklaard. Extra reden om aan de slag te gaan voor deze jongens en voor hen schooltjes te bouwen, met alles wat daarbij hoort, inclusief het aantrekken van meesters en juffen en het bekostigen van de benodigde uitgaven voor school. Helpt u mee?

Tekst: Ab Jansen, Reformatorisch Dagblad