Als de nood hoog is... moet je huis en haard achterlaten

Het dorp van Andraus Indawa (51) bereidde zich voor op een aanval van Boko Haram, maar werd alsnog overvallen. Toen dorpsbewoners in paniek een berg op renden, zaten ze als ratten in de val. Dit is het indrukwekkende verhaal van Andraus.

“We hadden gehoord dat Boko Haram dorpen in de omgeving aanviel, dus als gemeenschap besloten we onszelf te groeperen om ons te kunnen verdedigen tegen een eventuele aanval. We deelden onszelf op in verschillende groepen en verborgen ons op verschillende plaatsen. We hadden geen geweren, maar wel lokale wapens om onszelf te kunnen verdedigen.

Op een dag was het zover. We zaten met onze vrouwen, kinderen en dieren aan de voet van een kleine heuvel toen de wachter naar beneden riep dat hij mensen met wapens en motoren aan zag komen. Maar was het wel Boko Haram? De mannen die we zagen hadden uniformen aan, misschien was het wel het leger dat ons kwam redden? Al snel ontstond een discussie, waarbij sommigen voorstelden naar het huis van de lokale chief te gaan om met de mannen te kunnen praten. Ik was het hier niet mee eens: dit was zeker Boko Haram!

Toen de mannen dichterbij kwamen, zagen we dat het inderdaad Boko Haram was. In blinde paniek vluchtten vele dorpsbewoners de heuvel op, niet rekenend met het feit dat sommige strijders jongens uit het dorp waren die wisten dat de dorpelingen naar de heuvel zouden vluchten. Boko Haram omsingelde de heuvel en doodde iedereen die naar boven was gerend. Mijn jongere broer kwam die dag ook om het leven.

Mij lukte het ondertussen te ontsnappen. Ik wist dat het leger niet ver van ons dorp gestationeerd was, dus ik rende met een paar andere dorpelingen naar Pilga om daar veilig te zijn. Het leger hielp ons inderdaad en bracht ons naar een ander dorp, waar we twee maanden met de dorpelingen konden wonen. Zij gaven ons te eten en hielpen ons.

Na een tijdje werd het echter ook in dit dorp te gevaarlijk. Het leger kon geen garantie geven dat ze ons konden helpen als we aangevallen werden, de legereenheid was maar klein. Dus op een nacht vluchten we een voor een naar de voet van de berg op de grens van Kameroen en Nigeria. Ik verbleef nog een tijdje op de grens van de twee landen, voor ik eindelijk transport vond naar Maiduguri. Hier verbleef ik twee maanden in het huis van mijn broer voor ik in een kamp terecht kwam. Hier kwam ik mijn vrouw en kinderen weer tegen.

Of ik bang ben voor de toekomst? Nee, ik heb hoop. “I’m still among the living”, God heeft ons tot nu toe bewaard. Wel hoop ik zo snel mogelijk terug te kunnen naar mijn dorp. Ik heb hier weinig te doen en wil graag weer als leraar aan de slag om te werken aan de ontwikkeling van onze kinderen. Hopelijk komt die dag snel!”

Help je mee te zorgen dat de redding nabij is in bijvoorbeeld Ethiopië, Nigeria en Afghanistan? Voor bijvoorbeeld €35,- help je al een gezin in Ethiopië met genoeg water voor twee maanden.

Doneer nu