Tussen hoop en vrees

De lange adem van ZOA in Zuid-Sudan

Vanwege de oorlog moest ZOA haar wederopbouwprojecten in het zuiden van Zuid-Sudan afbreken en noodhulp gaan verlenen. ZOA-medewerker Kees-Jan Hooglander over de risico’s en uitdagingen van werken in een conflictgebied.

Tekst Jilke Tanis // Foto’s Annelie Edsmyr, PMU Interlife Sweden

Het was een gevaarlijke en risicovollemissie. Begeleid door een konvooi zou ZOA een aantal vrachtwagens naar het zuiden van Zuid-Sudan rijden. Dwars door een oorlogsgebied vol hongerende soldaten en rebellen. De vrachtwagens, gevuld met vele tonnen voedsel, waren bestemd voor de achtergebleven burgers, die zich in de bush verstopt hadden. Het konvooi was al een
tijd onderweg, toen gebeurde waar iedereen voor vreesde. Middenin het levensgevaarlijke gebied kreeg een van de vrachtwagens een lekke band. Daar stonden we: een prooi met twintig ton voedsel.

“En dan merk je pas echt hoeveel credits ZOA in Zuid-Sudan heeft. Twee dagen lang stonden we daar in dat conflictgebied. Levensgevaarlijk. En er gebeurde niets!” Kees-Jan Hooglander, programmamedewerker voor Zuid-Sudan, kan er nog steeds niet over uit.

“Dit is nu echt zo’n voorbeeld van de bijzondere positie die ZOA heeft in het zuiden van Zuid-Sudan. Door de goede relaties met (kerk)leiders, burgers en politici, lukte het ZOA om als enige hulporganisatie met de verschillende strijdende partijen afspraken te maken om met een konvooi naar het zuiden te kunnen rijden. Als er dan zoiets gebeurt, zie je wat die contacten waard zijn.”

“Hier in Nederland beseffen we niet altijd hoe moeilijk het werk daar is”

Veranderingen
Overvallen, slachtpart en een stammenstrijd: Zuid-Sudan is in nood. Naast het politieke conflict tussen twee grote stammen, lijdt het jongste land ter wereld onder hongersnood, misoogsten, droogte en cholera. Alsof dat nog niet genoeg is, is er ook nog een gierende inflatie, waardoor geld niet aan te slepen is en banken failliet gaan. Vooral in het zuiden en midden van het land, sloegen daarom miljoenen mensen op de vlucht. Zij die achterbleven hebben vaak niets meer te eten of zitten klem tussen strijdende partijen. Voor ZOA betekent dit dat ze haar projecten in het zuiden van het land stil moest leggen en zich nu vooral richt op het verlenen van noodhulp. Dat is niet altijd eenvoudig, aldus Kees-Jan. “Op een gegeven moment was een collega op veldbezoek in het midden van Zuid-Sudan, waar we samen met de EU een project hebben. Hij schrok enorm toen hij daar aankwam. Zijn eigen personeel kon niet meer aan het werk vanwege de honger. Die mensen moesten eerst te eten krijgen, voor ze verder konden met het project. Een deel van het geld dat we voor de noodhulpactie kregen, hebben we besteed aan dit gebied.”

“Een ander deel van het geld ging naar een andere regio, waar flink gevochten werd. In dat deel van het land heeft de Nijl een brede delta, met veel eilandjes.
Heel veel mensen waren naar die eilandjes gevlucht, omdat daar niet werd gevochten. Zij zaten daar geïsoleerd van de buitenwereld en waren alleen via bootjes bereikbaar. ZOA heeft hier veel mensen bevoorraad met voedsel. Totdat daar het geweld zo toenam dat er tijdelijk geen hulp mogelijk was. Toen kregen we toestanden dat soldaten zich gingen verkleden en in de rij gingen staan voor eten. Dan is het heel moeilijk om te kunnen onderscheiden of je wel de juiste mensen helpt. We hebben alle mogelijkheden onderzocht om de mensen in leven te houden, maar op een gegeven moment konden we in dit gebied tijdelijk echt niet meer helpen. Dat is moeilijk, want je weet dat er dan mensen zullen sterven van de honger.”

Niet alleen oorlogssituaties bemoeilijken het werk van ZOA in Zuid-Sudan, ook andere factoren kunnen een rol spelen in het opschorten van projecten. Zo moest het succesvolle project met boerengroepen in het zuiden van het land verplaatst worden naar een ander deel van Zuid-Sudan. In dit project werden boeren gestimuleerd om meer te produceren, zodat ze hun overproductie naar de markt konden brengen en zo de lokale economie stimuleerden.

Volgens Kees-Jan heeft ZOA soms geen keus in het wel of niet stoppen van projecten. “In dit geval begon het met een signaal dat ons kantoor was overvallen. Alle apparatuur
was gestolen en het kantoor ingenomen. De rebellen wilden een basis met goede wifi. Maar zonder kantoor en apparatuur was het voor onze medewerkers niet meer mogelijk de projecten goed uitvoeren. Bovendien konden we ook niet meer over straat vanwege de veiligheidsrisico’s. Dan heb je geen andere keus dan te stoppen.”

“Het is trouwens hard bikkelen hoor, voor ons team in Zuid-Sudan. In een paar jaar tijd zijn we vijf keer een veldkantoor kwijtgeraakt, en bijvoorbeeld auto’s en apparatuur verloren. Hier in Nederland beseffen we niet altijd even goed hoe moeilijk het werk daar is.”

South Sudan2017PMUinterlife 1

Roeping
Overvallen kantoren en aanhoudende veiligheidsrisico’s. Soms is het werken in Zuid-Sudan best frustrerend voor het team, beaamt Kees-Jan. “Je moet absoluut geen droom hebben om dit land even uit de misère te trekken. Het motto ‘wij kunnen de wereld niet veranderen, maar voor een mens kunnen wij de wereld veranderen’ moet je hier wel op de been houden. Je moet heel erg op microniveau denken en het als een onopgeefbare roeping zien om de mensen hier niet ten gronde te laten gaan.
”

“Maar je kunt er wel moedeloos van worden. In een bepaald gebied waar ZOA werkt, was het lang rustig en regeerde een goede gouverneur. Het lukte hem om te voorkomen dat er slachtpartijen plaatsvonden in zijn gebied. Voor ZOA was dit ideaal, we konden zo mooie projecten starten. Tot de dag kwam dat de president besloot Zuid Sudan op te delen in 28 provincies (in plaats van de bestaande 10 provincies). De gouverneur werd verplaatst en er brak oorlog uit… Van zulke acties word je weleens gefrustreerd. Dan heb je mensen nodig die een nachtje slapen, af en toe hun hoofd schudden en dan weer verder gaan.”

En nu verder
En verder gaan we. Hooglander vertrekt binnenkort vanuit Apeldoorn richting Zuid-Sudan om mee te denken over de plannen voor 2018. “ZOA heeft veel ervaring met het werken in crisisgebieden. We hebben een mooi project waarin we vredescomités oprichten die er voor moeten zorgen dat mensen met elkaar gaan praten in plaats van met elkaar te vechten. Dit project is zo uniek, en werkt zo goed, dat de Verenigde Naties vroeg of ZOA strategisch partner van hen wilde worden.”

Daarnaast blijven we bouwen aan de projecten rond voedselveiligheid en levensonderhoud. “Voorop staat daarbij de toekomst van de mensen in Zuid-Sudan. Want als je van noodhulp naar wederopbouw wilt, in een door oorlog verscheurd land, moet je in mensen blijven investeren en trouw blijven.”