“In Afghanistan voelde ik me echt thuis”

ZOA vertrekt na 20 jaar uit Afghanistan. Vaak was het er moeilijk, ingewikkeld en onveilig door de vele aanslagen. Maar ZOA-medewerkers denken ook terug aan een mooie tijd, aan dappere en veerkrachtige Afghanen en de meerwaarde van ZOA’s aanwezigheid in dit land. Cor Verduijn, een van hen, kan het niet beter verwoorden: “Ik voelde me in dit land echt thuis en genoot van mijn werk.”

Zonder uitzondering benadrukken alle medewerkers hoe mooi het was om een steentje bij te dragen aan de capaciteitsopbouw in het land, denk bijvoorbeeld aan de bouw van scholen, het slaan van waterputten en het herstellen van huizen; maar ook aan de oprichting van vrouwengroepen en het bezoeken van vrouwen in de gevangenis. Liesbeth Verduijn, die samen met Cor van 2006 tot 2010 in Afghanistan was: “Ik ben God dankbaar dat ik mijn leven mocht delen met Afghaanse vrouwen en dat ik hen mocht laten weten dat zij kostbaar en waardevol zijn in Gods ogen. Zoals de schuchtere Aisa, die aarzelend instemde om mee te doen aan een naaicursus. Ze krijgt nu veel complimentjes voor haar werk. Ze is een mooie ontluikende bloem, door de aandacht die ze krijgt en de vaardigheden die ze opbouwt.”

sewing lessons prison 2 Afghanistan
Naailessen voor vrouwen in de gevangenis, op verzoek zijn ze onherkenbaar in beeld.
sewing lessons prison 4 Afghanistan

Motivatie
Waar haalden ZOA-medewerkers hun motivatie vandaan om door te gaan? Andries de Blaeij,  programmamanager en landendirecteur van 2012 tot 2018, zegt: “Afghanistan was precies de plek waar ZOA moest zijn, omdat miljoenen mensen het slachtoffer waren van conflicten en terugkerende rampen als overstromingen. Die noodzaak inspireerde mij iedere dag weer om me in te zetten.” Cor, programmamanager en landendirecteur van 2006 tot 2010, voegt eraan toe: “Alleen met Gods genade en door het harde werken van collega’s konden we mooie resultaten neerzetten. Eenvoudig was het zeker niet. Ik ontsnapte dan ook graag aan het kantoor door de projecten in het veld te bezoeken. Dat hielp me enorm om gemotiveerd te blijven. Ik herinner me dat ik weleens naar mijn collega keek met zo’n blik van: ‘Zullen we het doen, dit project ook nog?’ En dan stapten we er toch weer in, om de minstbedeelden te kunnen helpen.”

20201207162014
ZOA hielp - zeker ook in de winter - zeer arme families in Afghanistan.

Moeilijk
Ontkennen dat het moeilijk was, doet geen enkele medewerker. Rina Teeuwen, vanaf 2019 voor ZOA in Afghanistan, zegt: “Het was soms enorm frustrerend om in discriminerende situaties te werken. Mannen zijn hier zo gewend aan hun bevoorrechte positie dat ze helemaal geen erg hebben in het feit dat ze zo discriminerend bezig zijn. En vrouwen zijn zo gewend aan hun inferieure positie, dat het niet eens in hen opkomt om daartegen op te staan. Het onacceptabele wordt acceptabel. Bovendien leef je hier continue in onveilige situaties door de vele aanslagen. De mooie momenten – waarin je ziet dat deelnemers van projecten weer op eigen benen kunnen staan – je persoonlijke motivatie en het zien van de meerwaarde van je werk, heb je dan echt nodig om door te gaan.”

Waterpunt in Afghanistan
Een van de vele waterprojecten in Afghanistan - toegang tot schoon drinkwater!

Meerwaarde
Die meerwaarde bevestigt haar man en voormalig landendirecteur in Afghanistan (2009-2014) Joop Teeuwen: “ZOA werkte in provincies waar weinig andere organisaties waren. We reikten uit naar mensen die écht hulp nodig hadden. Met al zijn onvolkomenheden was ZOA er met een mix van professionaliteit en mededogen. In de afgelopen twintig jaar werkten in Afghanistan gemotiveerde en gepassioneerde collega’s, die het verschil maakten in de levens van heel wat mensen. Elke dag hoorden we verhalen van mensen die worstelden om te overleven, maar door tussenkomst van ZOA en andere organisaties weer in hun levensonderhoud konden voorzien.”

Een van de hoogtepunten tijdens zijn verblijf in Afghanistan was het Nationaal Solidariteitsprogramma.  Dorpsgemeenschappen moesten plannen indienen voor (meestal infrastructurele) projecten, die gefinancierd werden door de Wereldbank en gefaciliteerd door ZOA. “Het was een ambitieus plan, maar als ik dan ter plekke op bezoek kwam, kwam het helemaal tot leven. Op een dag bezocht ik een dorp in de provincie Saripul, waar de dorpelingen als project gekozen hadden voor een middelbare meisjesschool. Ik sprak met een aantal studenten en werd echt bemoedigd door hun aanstekelijke enthousiasme en ideeën over wat ze later in hun leven wilden worden.”

Jonge mensen werkten bij ZOA en zetten zich nu in voor de ontwikkeling van hun eigen land!”

Andries noemt een ander voorbeeld van ZOA’s meerwaarde in Afghanistan: “Het was enorm verheugend om jonge mensen die net van school kwamen, te laten werken bij ZOA. Vaak had deze groep moeite om een ​​baan te vinden, omdat organisaties meestal werkervaring vragen. Onder begeleiding van meer ervaren collega’s ontwikkelden deze jonge mensen zich tot sterke medewerkers die zich nu inzetten voor de ontwikkeling van hun eigen land!”

Moedig
ZOA brengt graag hoop en perspectief in crisisgebieden, dat gold dus ook voor Afghanistan. Rina: “Voor zowel collega’s als de projectdeelnemers wat het zo bemoedigend dat we bereid waren naar hen toe te komen en hen te laten weten dat ze niet vergeten waren. De vrouwelijke staf trok zich aan ons op. We waren er: voor degenen in de hoek waar de klappen vallen, bijvoorbeeld voor de vrouwen in de gevangenis. En we leerden ook van elkaar, bijvoorbeeld op de vrouwengroepen. De bemoediging en waardering waren wederzijds. ”

Hulp en voorlichting aan vrouwen in Afghanistan
In Nuristan kregen vrouwen voorlichting over onder andere covid-19.

Petje af voor al die Afghanen die vallen en toch weer opstaan, zeggen onze medewerkers. Rina: “Je hebt veel moed nodig om telkens opnieuw te beginnen na een overstroming of droogte, nadat je je huis moest ontvluchten door gevechten, of na huiselijk geweld waarbij je de klappen moest incasseren.” Joop bevestigt: “Over het algemeen was de veerkracht van de Afghanen die ik ontmoette buitengewoon.” Inmiddels hebben sommige Afghaanse collega’s hun eigen organisaties opgericht om enkele projecten te kunnen voortzetten. Rina: “Laten we hen ondersteunen met gebed en aandacht, en als het kan financieel. Ze zijn het waard!”