Jaap en Gea: “We waren er niet vóór Sri Lankanen, maar mét hen”

ZOA vertrekt na 26 jaar uit Sri Lanka. Ons werk is klaar. Jaap Boersma en Gea Overweg stonden aan de wieg van de vele ZOA-projecten in dit land. Hoe kijken zij terug op die eerste jaren? “De veerkracht van dit land is enorm. We hebben heel veel bewondering voor onze collega’s ter plekke.”   

ZOA besluit in 1994 dat dringend hulp nodig is in Sri Lanka. De burgeroorlog is inmiddels tien jaar aan de gang en de nood onder de bevolking is hoog. ZOA zet een vacature voor een landendirecteur uit. “Ik werkte als HR-manager en was toe aan een volgende stap. Gea was al eerder in Sri Lanka geweest en wilde graag nog een keer terug. Ik weet het nog goed, zij had nachtdienst – in de psychiatrische zorg – en ik dacht: laat ik maar meteen reageren, als verrassing voor haar”, vertelt Jaap. “Iets opbouwen in een verscheurd land vonden wij belangrijk en… het leek ons ook wel een mooi avontuur.”

Jaap en Gea vandaag de dag
Jaap en Gea Boersma

Angstige momenten
De verschrikkelijke realiteit van een burgeroorlog in Sri Lanka haalt Jaap en Gea echter al snel in. “De eerste weken settelden we ons met onze twee kinderen – Gea was in verwachting van ons derde kind – in de hoofdstad Colombo.” Terwijl Gea thuisblijft met de kinderen, gaat Jaap op pad om te kijken waar en welke projecten opgezet kunnen worden. Gea vertelt over angstige momenten: “De hemel werd zwart doordat olieraffinaderijen opgeblazen werden, in de verte hoorde je explosies. Ik bad dat Jaap veilig thuis zou komen, meer kon ik niet doen. Gelukkig kon ik dit wel delen met mensen van ZOA.”

Bomaanslag vlakbij het vluchtelingenkamp
Bomaanslag dicht bij een vluchtelingenkamp

Ontheemden
“En gelukkig hoefde ik niet alleen op missie”, vult Jaap aan. “Ervaren ngo-mensen waren bereid mee te helpen, zoals een ex-medewerker van World Vision die onze eerste stafmedewerker in Sri Lanka werd. Hij kende het gebied goed en sprak Engels, Tamil en Singalees. Daardoor kwam ik snel met mensen in gesprek om zo de nood peilen en onze projecten daarop af te stemmen.” ZOA assisteert eerst in opvangkampen voor ontheemden in het district Polonnaruwa. In 1996 en 1997 breidt ZOA haar activiteiten uit naar Batticaloa, Ampara en Trincomalee, een jaar later naar het district Mannar in het noorden. ZOA helpt vele duizenden families in kampen en daarbuiten. Met noodhulp als eten, drinken en tenten, maar later ook met wederopbouw in gezondheidszorg, onderwijs, infrastructuur, visserij, landbouw en het bouwen van huizen.

Huizenbouw was een belangrijk onderdeel van de wederopbouw in Sri Lanka

Zelfmoordaanslagen
Het conflict tussen de Sri Lankaanse overheid en de Tamiltijgers is bloedig. Jaap en Gea léven met oorlog: “Het dagelijks nieuws werd gedomineerd door veldslagen en forse aantallen doden. We waren continu alert omdat er zelfmoordenaars rondliepen. Zelfs toen we terugkwamen in Nederland in 2002 zat dat nog in ons systeem, en vonden we het bijvoorbeeld verdacht als iemand zijn kofferbak opendeed.” Het is een spannende tijd, ook voor het ZOA-team dat Jaap en Gea inmiddels van de grond hebben getild. Zij doen hun werk vaak vlakbij of achter de frontlinies. “Met soms heftige ervaringen. Dan kwamen we in een dorp waar een dag eerder een slachting met kapmessen had plaatsgevonden. Later zijn ook collega’s opgesloten geweest in een kamp. Ze hebben het overleefd, maar dagelijks moest je bewust een besluit nemen: vind ik het werk belangrijk genoeg om onze levens in gevaar te brengen? Het antwoord was ja: we wilden er zijn voor onze medemens in nood. We hebben heel veel bewondering, nog steeds, voor al onze ZOA-collega’s ter plekke.”

ZOA kijkt naar de totale mens en dát helpt bij de verwerking en vredesopbouw.“

Veerkracht
Bewondering hebben Gea en Jaap ook voor de veerkracht van de bevolking. Om zichzelf te herpakken als wéér een bestand was gesneuveld, of na de tsunami van 2004. Jaap: “Ik herinner me dat een opa en oma, ondanks hun diepe armoede, twee jonge kleinkinderen in huis namen, omdat hun moeder zelfmoord had gepleegd.” Vrijwel iedere familie in Sri Lanka kent slachtoffers. Onder de huidige 35+-generatie zijn veel oud-kindsoldaten. Het land heeft echter een cultuur om niet te praten over pijn of verlies; zelfmoord is een van de grootste bijeffecten van de oorlog. “Door het opzetten van psychosociale projecten creëerden we ruimte om stil te staan bij verdriet en pijn. Ook kwam er een verwerkingsboek met verhalen en tekeningen: The cry of my heart. ZOA kijkt naar de totale mens en dát helpt bij de verwerking en vredesopbouw.“

Huizenbouw

Prachtig land
In 2002 besluiten Jaap en Gea terug te gaan naar Nederland. Ze willen dat hun kinderen hier naar de middelbare school gaan. “Terugkijkend waren het zeven vette jaren. We hebben ongelofelijk veel geleerd in Sri Lanka. Onder meer dat je er niet bent vóór de mensen, maar mét de mensen. Onze huishoudhulp Priscilla illustreerde dat perfect. Zij kreeg kanker en we wilden haar helpen met buitenlandse expertise. Maar zij zei: ‘Dat wil ik niet’, terwijl ze wist dat ze daarmee haar doodvonnis tekende. ‘Als mijn volk er geen recht op heeft, dan ik ook niet.’ Dat kwam stevig bij ons binnen. We zijn ons er nog elke dag van bewust: moeten wij niet minderen met consumeren, zodat de verdeling tussen de continenten eerlijker wordt? We hopen en bidden dat Sri Lankanen de ruimte krijgen om te herdenken, zichzelf van waarde te blijven zien en hun prachtige land te omarmen.”

Om het vertrek uit Sri Lanka te markeren geeft ZOA een extra magazine uit dat helemaal is gewijd aan de mensen en het werk van ZOA in de afgelopen kwart eeuw. Lees de Sri Lanka Special online of  vraag een exemplaar aan via het aanvraagformulier