Missies rond Mosul

Hij maakte de opmars tegen IS in Mosul van dichtbij mee en coördineerde maandenlang missies naar dorpen rond de Iraakse stad. Gerard Hooiveld: “Je zag de ellende op de gezichten.”

“Ik arriveerde begin oktober in Irak om het ZOA-team te ondersteunen. Al een tijdje hing de operatie tegen IS in Mosul in de lucht, maar toen ik aankwam, was het nog wel spannend hoe en wanneer deze zou beginnen. Toen de president van Irak op televisie aankondigde dat de invasie begonnen was, was het toch wel een schok. De opwinding hier in de stad was voelbaar en de zorg was dat IS ook steden aan zou gaan vallen. Op 21 oktober was er inderdaad een heftige aanval op Kirkuk, die stad was een dag in handen van IS. Zou dat ook in Erbil gebeuren?

Na de aanval in Kirkuk, veranderde de situatie voor ons team. We spraken af de grote winkelcentra en de citadel te mijden en voor het donker thuis te zijn. Ondertussen gingen we hard aan de slag. Met geld van een donor maakten we een plan hoe we ontheemden konden gaan helpen en spullen konden gaan distribueren. De verwachting was dat er de eerste weken honderdduizenden mensen naar de kampen zouden vluchten. Maar dat gebeurde niet. Veel minder mensen dan verwacht konden daadwerkelijk vluchten, velen kwamen vast te zitten tussen IS en het leger. En een deel van de mensen ging een kant op waar veel hulpverleners niet konden komen, in onveilig gebied.”

IMG1461

“Aanvankelijk wilden we als ZOA ook gaan helpen in de kampen, maar daar bleken al genoeg hulpverleners te zijn. Daarom moesten we onze strategie gaan veranderen en onze hulp flexibel in gaan zetten. We besloten hulp te gaan verlenen buiten de kampen, dichter bij de frontlinie in pas veroverde dorpen. Zonder daarbij overigens concessies te doen aan onze eigen veiligheid; we werkten samen met een externe veiligheidsadviseur die ons informeerde en begeleidde.

En zo konden we in november onze eerste distributie uitvoeren. Dat was erg indrukwekkend. Op de weg naar het dorp passeerden we diverse frontlinies, zagen we soldaten en tanks en dorpen in puin. We kwamen in een dorp waar veel ontheemden hun heil hadden gezocht in een oude school. In elk lokaal zaten zo’n 25 tot 30 mensen uit Mosul. Het was vies, koud, het stonk er en op de bovenste verdieping was afval gedumpt. Je zag aan de mensen dat ze enorm veel ellende te verduren hadden gehad.
De mensen hadden weliswaar dekens, maar sliepen op de koude grond. Kinderen liepen op hun blote voeten. In dit dorp hebben we toen matrassen en sokken uitgedeeld. Dit was heel hard nodig, het was enorm koud en de koude vloer was slecht voor hun gezondheid.

Als expat konden we helaas geen gesprekken voeren met de ontheemden, maar de flarden die we opvingen, waren heftig. Veel mensen hadden niets kunnen meenemen op hun vlucht en waren door de frontlinie naar de school gevlucht. Je zag de stress en vermoeidheid op hun gezicht.

In de weken die volgden, konden we op verschillende locaties distribueren. Soms was dat op slechts vier kilometer van de frontlinie, maar ook in dorpen die al eerder dat jaar door de Peshmerga bevrijd waren. Sommige dorpen zaten vol met landmijnen. Om hier te kunnen werken, moesten we in samenwerking met een Britse ontmijningsdienst eerst onderzoek doen. Was een dorp veilig verklaard, dan gingen we samen met plaatselijke leiders en vrijwilligers uit de dorpen langs de huizen om de noden vast te leggen. Zij konden ons vertellen waar we wel en niet langs konden. Dat was noodzakelijk: in een dorp vielen in de eerste week na terugkomst in het eigen dorp zeven doden door landmijnen en boobytraps. Ik hoorde het verhaal van drie broers die voor hun huis stonden, de deur opendeden en zo een boobytrap activeerden. Alle drie de broers waren op slag dood.

Ik ben er trots op wat we als team de afgelopen maanden bereikt hebben

Het kostte ons enorm veel tijd om de bezoeken aan de dorpen goed voor te bereiden, maar het was nodig. We hebben nooit onverantwoorde risico’s genomen, maar je bent je er wel van bewust dat je in oorlogsgebied werkt.”

“Als ik terugkijk op mijn tijd in Irak, vond ik het vooral erg leerzaam en indrukwekkend. Ik ben er trots op wat we als team de afgelopen maanden bereikt hebben. Ondanks dat we in Irak geen heel groot team hebben, lukte het ons veel mensen in nood te bereiken.

Ik vond het leerzaam om veel over de Koerden te leren. De enorme gastvrijheid van deze moedige mensen heeft me erg getroffen. De laatste dag van mijn verblijf werd ik uitgenodigd door een collega voor een lunch bij haar familie thuis. Ook hier trof me de moed van dit volk weer. Een van haar broers vocht bij de Peshmerga, een andere broer maakte regelmatig eten voor de soldaten en bracht het hen dan persoonlijk. De moeder van de zoons vond dit zo gevaarlijk dat ze besloot het eten zelf te gaan brengen. Is dat niet indrukwekkend?”

“Of ZOA in Irak toegevoegde waarde heeft? Jazeker! Wij zijn er en we blijven, juist ook in de wederopbouw. En we helpen de minderheden die het al jarenlang heel zwaar hebben. Ook juist de christenen. Ik vind dat mooi.”