Twaalf uur in de rij voor een maaltijd

Voor het eerst in haar geschiedenis startte ZOA dit jaar een noodhulpactie in Zuid-Amerika. Een logische en noodzakelijke stap, zegt Ina Hogendoorn, directeur Noodhulp. “De situatie van Venezolaanse vluchtelingen in Colombia wordt steeds schrijnender.”

Tekst Jilke Tanis // Foto’s Jaco Klamer

Grote zorgen maakt ze zich. Op het plein Parque de la India in het Noord-Colombiaanse stadje Riohacha ligt Jendy op een matrasje op de grond. Ongeveer een week daarvoor is de 29-jarige vrouw samen met haar man Hebert en hun vier kinderen uit Venezuela vertrokken; de familie had geen geld meer om nog te kunnen eten. Daar op het plein in Colombia maakt Jendy zich zorgen over het welzijn van haar kinderen. “Ik vind het te gevaarlijk om op straat te slapen, terwijl iedereen kan passeren”, zegt ze, als de avond invalt. “De situatie is onveilig, vooral voor kleine kinderen.”

Jendy, Hebert, Bryan, Zaida, Isabel en Branyer: zomaar zes van de vier miljoen vluchtelingen die Venezuela de afgelopen jaren verlieten. Onverwachts is die exodus uit het Zuid-Amerikaanse land niet: met aan het roer een egoïstische, socialistische dictator bevindt Venezuela zich in een grote impasse. De inflatie in het land was in 2018 2 miljoen procent, voor dit jaar wordt zelfs een hyperinflatie van 10 miljoen procent verwacht. De humanitaire crisis die hierdoor ontstaat, is enorm. Ziekenhuizen functioneren niet meer, medicijnen zijn bijna niet meer te krijgen en voor een antibioticakuur betaal je meerdere maandsalarissen. Wc- papier is inmiddels bijna onbetaalbaar en zeep, groente en fruit zijn luxeproducten geworden die alleen de rijken zich nog kunnen permitteren.

Rijst per eetlepel

Met een verwachtte uittocht van nog eens twee tot drie miljoen Venezolanen tegen het eind van 2019, is de vluchtelingenstroom uit Venezuela een van de grootste humanitaire crises van dit moment. Hoewel veel migranten in buurlanden als Brazilië, Peru en Ecuador terechtkomen, vangt Colombia de meeste Venezolanen op: in 2018 maar liefst 1,4 miljoen.

Voor ZOA een reden om daar in actie te komen: dit jaar vertrok een delegatie van het Disaster Response Team naar Colombia om een hulpactie op touw te zetten.

Een logische en noodzakelijke stap, vertelt Ina Hogendoorn, directeur Noodhulp, vanuit Colombia. “Mensen hebben hier weinig tot niets. Laatst was ik op een plek waar vluchtelingen verbleven die alleen een muurtje met een dak hadden, dat was hun huis. Aan het dak hingen ze hun hangmat, de muur beschermde tegen de wind. Overdag zijn deze mensen in de stad om wat geld te verdienen. Meer dan een paar cent opstrijken, lukt hen niet. Winkels verkopen rijst niet per kilo, maar per eetlepel: meer kunnen vluchtelingen niet betalen. Zwangere vrouwen en kinderen mogen gebruik maken van de gaarkeukens, maar omdat de vraag daarnaar zo groot is, staan mensen een halve dag in de rij om kans te maken op een maaltijd.”

Voor wie niet beter weet, is de nood in Colombia niet altijd zichtbaar. “We werken met een Venezolaanse tolk die hier in keurig nette kleding op kantoor kwam. Op het eerste gezicht zag je niets aan haar. Toen op een dag haar hak van haar schoen brak, barstte ze echter in tranen uit: ze had al haar nette kleren meegenomen uit Venezuela maar geen geld voor nieuwe schoenen. Samen met haar man woonde ze met twaalf anderen in een huis met drie kamers,” vertelt Ina. De situatie is volgens haar extra heftig omdat de Venezolanen een heel ander leven gewend waren. “Anders dan bijvoorbeeld in vluchtelingenkampen in Afrika, waren de Venezolanen gewend aan een leven met stromend water, elektra en airco in een mooi huis. Het kost hen dus meer moeite om te overleven met niks.”

Ook Hielke Zantema, lid van het Disaster Response team, schrok tijdens zijn reizen naar Colombia van wat hij daar aantrof. “Ik vond het heel heftig. Ik heb best veel in Zuid-Amerika gereisd, maar vond het erg om de Venezolanen in zo’n mensonterende situatie te zien. Mensen zijn enorm wanhopig, je ziet ze overal op straat bedelen. Wie Latino’s een beetje kent, weet dat dit eigenlijk niets voor hen is. Om hun trots niet al te zeer te krenken, verkopen de mensen lolly’s of ander snoep op straat. Als je buiten op een terras zit te eten, vragen mensen letterlijk of ze jouw restjes mogen hebben.”

"Ik vond het erg om de Venezolanen in zo’n mensonterende situatie te zien."

ZOA-ramp

Miljoenen vluchtelingen in een verschrikkelijke situatie: voor Ina Hogendoorn is de crisis in en rond Venezuela een typische ‘ZOA-ramp’; eentje waarvoor ZOA in actie moet komen. “Uit onderzoek blijkt dat de helft van de mensen in de informele kampen niet voldoende te eten heeft. Mensen hebben geen toegang tot water, voedsel en onderdak. Nu banen schaarser worden, wordt de situatie in Colombia nog schrijnender.” Ook Hielke Zantema ziet het belang van de missie in. “Binnen het mandaat van ZOA richten we ons op mensen die zich in een humanitaire crisissituatie bevinden, een grote shock in hun leven meemaken en daardoor op de vlucht slaan of migreren. Juist voor die mensen wil ZOA er zijn. Rondom de vlucht of heftige situatie, maar ook in de periode daarna. De crisis in Venezuela is volledig man made en dat maakt het zo triest. Qua aantallen zou Venezuela het nieuwe Syrië kunnen worden. En zoals het nu gaat, wordt het alleen maar erger.” Ina Hogendoorn: “Daarom gaan we doen waar ZOA goed in is. In eerste instantie zullen we ons vooral richten op het verbeteren van water- en sanitaire voorzieningen in informele kampen. Er is er een schreeuwend tekort aan eenvoudige toiletten. Het regenseizoen gaat binnenkort beginnen en de menselijke uitwerpselen, die in de buurt van de woningen liggen, zijn een groot gevaar voor de gezondheid. Er worden daarom waterfilters en afsluitbare watertanks uitgedeeld en latrines gebouwd.” Ook wordt ingezet op het verbeteren van de hygiëne bij verschillende gaarkeukens. In een volgend stadium gaat ZOA zich ook richten op voedselhulp en het verbeteren van onderdak.

Mensen verbinden

Heftige armoede en smekende bedelaars: de situatie voor Venezolaanse vluchtelingen in Colombia is moeilijk te verdragen. Voor de toch al arme Colombianen aan de Venezolaanse grens is de komst van meer migranten ook niet altijd even makkelijk. Toch hoor je hen niet klagen, aldus Hielke. “Een Colombiaanse consultant die voor ons werkt, vertelde dat ze er trots op was dat de Colombianen de Venezolanen met open armen ontvangen. Natuurlijk zijn er her en der weleens spanningen, maar over het algemeen wonen de migranten gewoon in vrede tussen de Colombianen.” Omdat die Colombianen soms net zo arm zijn als hun buren van over de grens, zal ZOA ook hen niet vergeten. “We werken op een conflict-sensitieve manier, met heel duidelijke voorwaarden voor het ontvangen van hulp. Op die manier hopen we mensen niet uit elkaar te drijven, maar juist bij elkaar te brengen en te verenigen.”

Hoe lang we dat gaan doen? Zolang het nodig is, vertelt Ina. En dat zou zomaar vrij lang kunnen zijn. “Men verwacht het komende jaar weinig verandering in de situatie. Zelfs als de Venezolaanse president op zou stappen of afgezet zou worden, ligt de economie alsnog op zijn gat. In het ideale geval blijven we zolang tot mensen terug kunnen en we ze daar in Venezuela kunnen helpen om hun bestaan weer op te bouwen.”