“De VN-cijfers kwamen tot leven”

ZOA-medewerker Arjan Luijer zag de grote nood van vluchtelingen in Congo

In het oosten van Congo vluchtten deze zomer duizenden mensen voor heftige gevechten. ZOA evacueerde 5334 mensen uit gevaarlijk gebied en zorgt samen met zijn team dat deze mensen overleven. Arjan Luijer werkt voor ZOA in Congo. Dit is zijn verhaal.

“Twee weken geleden was ik in Kasindi, een provincie van Congo, om mee te helpen bij de start van een nieuw ZOA-project, waarbij we kwetsbare families gaan helpen, die gevlucht zijn voor rebellen.
De directe aanleiding voor het project is de opvang van mensen die recent en massaal de westelijke oever van het Edward Meer zijn ontvlucht. Op deze plek werd de afgelopen maanden hevig gevochten tussen het Congolese leger en gewapende bendes.  Inmiddels zouden meer dan 1000 families gevlucht zijn.

“Mensen spreken over de wurgers, die huis aan huis bezochten”

Tijdens mijn bezoek heb ik zeven ontheemde families bezocht, verspreid over de twee opvangzones. Deze zones zijn door de overheid aangewezen als opvangplekken. Elke familie vertelde mij dat zij in grote paniek zijn gevlucht. Allemaal vertelden ze over de massale en willekeurige terreur die hen plotseling overviel – slachting van vee en mensen, vernietiging van huisjes en gewassen, vrouwen die voor de ogen van de kinderen werden verkracht. In mijn gesprekken noemden de mensen de overvallers meerdere keren ‘les égorgeurs’ (de wurgers), die systematisch huis in, huis uit gingen voor hun moordwerk.  Het raakte mij diep, ik zag het voor me.  Op zo’n moment worden de cijfers uit VN-rapporten levende beelden:  daaruit komt ook de trend naar voren dat terreur zo’n beetje overal in de provincie N-Kivu toeneemt en dat daarmee de fysieke veiligheid van mensen tot onaanvaardbaar laag peil daalt! Steeds meer mensen raken noodgedwongen op drift en vluchten weg uit hun dorp naar andere gebieden in de provincie, waar het (nog) relatief rustig is.

De auto in Numbi  photo Susan Schulman 31216

De mensen van wie het dorp werd overvallen, vluchtten in paniek weg, zonder tijd te hebben om hun  bezittingen en eventuele waardevolle papieren, zoals identiteitsbewijs en eigendomsbewijs van een perceel, mee te nemen. Daarmee verliezen zij mogelijk ook hun land en de rechten die ze hadden. Tijdens mijn bezoek ontmoette ik een gezin afkomstig uit de streek rond Oïcha, in het uiterste noorden van de provincie. Deze familie is drie jaar geleden naar Lubiriha gevlucht, een gebied bij de grens van Uganda. De vader van het gezin vertelde dat hij in Oïcha fruitbomen had en koffie produceerde. Hij had dus een echt behoorlijk bedrijf en zegt ook dat hij zijn land in eigendom heeft. Maar hij kan dat dus niet meer bewijzen en zodra de rust in dat gebied weer enigszins terugkeert, keren daarmee ook de geïnteresseerden in goed land terug.

Grote kans dat deze mensen straks ook nog hun land kwijt zijn

Hetzelfde patroon hoorden wij tijdens alle bezoeken:  (waarde)papieren en waardevolle bezittingen achtergelaten, nog net de kinderen bij elkaar geschreeuwd en in paniek weggevlucht.
Na dagenlang lopen, konden families vaak meerijden met een vrachtauto en enkelen konden de bus nemen. Het begint er echter altijd mee dat gezinnen grote afstanden lopen. Volwassen mannen en vrouwen, maar ook de bejaarden en de kleine kinderen! Een familie, drie maanden geleden vanuit Zuid-Lubero gekomen, vertelde ons dat zij van dorp A naar dorp B waren gelopen. Dat betekent dat zij rond 100 kilometer hebben gelopen, voordat zij een lift kregen.

Trauma’s
Door de verschrikkingen die mensen hebben opgelopen, hebben veel vluchtelingen last van trauma’s. Hier hebben ze (psycho-sociale) hulp voor nodig.  Tijdens mijn bezoek ontmoette ik een familie waar een kind van een jaar of twee en haar vader sinds de vlucht psychische schade hebben. Het kleine meisje valt vaak bewusteloos zodra een onverwacht geluid klinkt.  De vader maakt een apathische indruk.  Ook kom ik terecht bij een familie, waar de vader gehandicapt is. Hij kan slecht lopen en kan dus niet werken op velden die verder weg liggen. Maar als hij eenmaal op een bouwland is, lukt grondbewerking, volgens onze medewerkers in het veld, wel.

c2

Inkomsten
Naast de psychische problemen die ze hebben, leven veel vluchtelingen in erbarmelijke omstandigheden. Sommigen kunnen als loonarbeider een schamel dagloontje verdienen op het land van de plaatselijke bevolking. Veel vluchtelingen komen echter nergens aan de slag en moeten leven van wat buren, de kerk of gemeenteleden hen toestoppen. De families vertellen me dat ze leven van een bedrag van tussen de
€0,35 en  €1,27 per dag. De destijds grote boer uit Oïcha is nu loonarbeider en noemt dit laatste bedrag.  Natuurlijk zijn prijzen van lokaal voedsel veel lager dan in de stad en in Europa, maar internationaal is de armoedegrens nog boven deze bedragen gesteld!
Wij zijn bij een moeder, van wie de man de hele week van huis is om het land voor een boer te bewerken.  Zij barst in huilen uit als zij vertelt dat zij niet weet hoe zij haar vier kinderen nu moet voeden. Toen wij er waren, op een woensdagmiddag rond 15:00 uur, hadden de kinderen sinds dinsdagmorgen vroeg niet meer gegeten.  Eind van de week komt haar man weer naar huis, maar op onze vraag of hij dan genoeg geld meeneemt om het even uit te zingen, antwoordt zij niet.

Tijdens mijn bezoek wordt het duidelijk waarom de bezochte families aangeven dat ze van ZOA graag contant geld ontvangen. Dan kunnen ze zelf bepalen hoe ze dat geld uitgeven: aan voedsel voor hun kinderen of aan bijvoorbeeld zeep of andere basismiddelen. Tijdens de eerste maand van ons noodhulpproject gaan we dan ook geld uitdelen. Tegelijkertijd delen we landbouwgereedschappen en zaden uit, zodat de mensen na zes maanden, aan het eind van het project, in staat zijn om zelf weer voedsel te verbouwen.”

Lees meer over onze noodhulpactie in Congo. En lees het indrukwekkende verhaal van een van de overlevenden.
Meer verhalen lezen uit Congo? Kijk eens in ons landendossier.