Vijf redenen waarom het nog steeds oorlog is in Jemen

Dat voor miljoenen Jemenieten de hongerdood dreigt, weten we inmiddels wel. Maar waarom is Jemen nu al jaren zo’n gevaarlijk oorlogsland? De belangrijkste redenen daarvoor op een rijtje.

1. Jemen is een wespennest

Jarenlang werkte ZOA in Jemen in een vergeten oorlogsgebied waar niemand oog voor leek te hebben. Nadat steeds meer verschrikkelijke beelden van hongerende kinderen naar buiten kwamen, werden steeds meer mensen zich bewust van de situatie in Jemen. Ondertussen is het conflict in dit land enorm complex…

Net als in veel Arabische landen, brak in het voorjaar van 2011 in Jemen een lente uit toen de bevolking van het land massaal in opstand kwam tegen de ruim dertig jaar zittende president Saleh. Die sloeg de opstanden echter bloedig neer en weigerde op te stappen. Toen hij ernstig gewond raakte bij een granaataanslag en behandeld moest worden in Saudi-Arabië, trad hij alsnog af. Het lukt zijn opvolger en partijgenoot Hadi niet de onrust in zijn land te temmen en Jemen stabiel te maken. Werkeloosheid, corruptie en de voedselvoorziening zijn een groot probleem.

Ondertussen zijn er in Jemen veel groeperingen die de macht willen grijpen. In het noorden van het land strijden de Houthi’s om de macht en tegen de corruptie, in het zuiden is er eveneens een beweging die meer autonomie wil. Daarnaast zijn ook al-Quaida en IS in het land actief.

2. Veel landen hebben belangen bij het conflict in Jemen…

Het wordt nog gecompliceerder. In de jaren die volgen, gaat Saudi-Arabië zich in het conflict mengen en valt de Houthi’s aan. Volgens experts mengen de soennitische Saudi’s zich in het conflict omdat ze de sjiitische Houthi’s als een verlengstuk van Iran zien. Amerika, Groot-Brittannië en Frankrijk helpen Saudi-Arabië bij de interventie in Jemen. De Houthi’s weigeren de strijd echter op te geven, waarop een coalitie van tien Arabische landen luchtaanvallen uit gaat voeren en het land begint te bombarderen. Deze bombardementen gaan tot op de dag van vandaag door.

DSC00252

3. … en de rest wil zich daar niet mee bemoeien

Terwijl een handjevol (westerse) landen openlijk haar steun voor Saudi-Arabië uitspreekt, spraken de meeste landen zich de afgelopen jaren niet uit over het conflict in Jemen. En dat is te verklaren: veel landen hebben er een economisch belang bij hun mond te houden. Nederland bijvoorbeeld leverde de afgelopen jaren jaarlijks voor zo’n 160 miljoen euro wapens aan Saudi-Arabië, Egypte en de Verenigde Arabische Emiraten, landen die die wapens op hun beurt aan Jemen doorverkochten. Overigens gaf minister Kaag begin december aan dat ze die lucratieve business beu is: het kabinet scherpte deze maand de regels voor het wapenexport naar die drie landen aan zodat het ‘bijna onmogelijk’ wordt om de wapens aan Jemen door te verkopen. Naast dit duidelijke signaal van Nederland zien we dat meer landen zich openlijk uit beginnen te spreken over de onmenselijke situatie in Jemen.

4. Vredesonderhandelingen zijn moeilijk

Een erg complex conflict dus, daar in Jemen. Toch lijkt er goed nieuws: begin december werd bekend dat het de VN lukt om zowel de Jemenitische regering als een vertegenwoordiging van de Houthi-rebellen om de tafel te krijgen. In een gesprek in Zweden hoopt de VN beide partijen zover te krijgen met elkaar te spreken en tot oplossingen te komen. Hoewel experts kritisch zijn over het succes van de VN-missie, is het positief dat er een stap in de goede richting wordt gezet.

5. Vrede is het ook niet zomaar

Ook als er een wapenstilstand of zelfs vredesakkoord wordt getekend, is de crisis in Jemen niet zomaar gelijk voorbij. De wederopbouw van het land gaat dan sowieso ook nog jaren duren. Bovendien zal de bevolking de zware klap die ze te verduren kreeg ook moeten verwerken. Het is ZOA’s missie de bevolking van Jemen bij te blijven staan – nu, maar ook als de situatie verandert.

Laat vluchtelingen in Jemen er niet alleen voor staan. Met jouw hulp kunnen we vluchtelingen overal ter wereld helpen, met bijvoorbeeld eten, schoon drinkwater en onderdak.
Doneer nu