Wat staat de bevolking van Sulawesi nog te wachten?

Dit weekend kwamen er steeds meer beelden en verhalen uit het rampgebied. De ravage op Sulawesi is groot. Mensen op zoek naar hun geliefden, versplinterde huizen, boten op het land… Het doet denken aan de beelden die in december 2004 de wereld overgingen na de tsunami die grote delen van Indonesië, Thailand en Sri Lanka trof.

We zijn inmiddels bijna 15 jaar verder. Wat is er sindsdien veranderd in de hulpverlening? Hoe verloopt de noodhulp? En wat staat de bevolking van Sulawesi nog te wachten? Vijf vragen aan noodhulpspecialist Willem van Burgsteden die in 2004 betrokken was bij de hulpverlening in de zwaar provincie Atjeh.

Willem, is de situatie op Sulawesi te vergelijken met de situatie in 2004?

‘’De situatie is te vergelijken met de situatie van 2004 door het feit dat de tsunami ongeveer 20 tot 30 minuten na de aardbeving het land bereikte en onverwacht de bevolking trof. Net als toen is de verwoesting met name in de dicht bewoonde gebieden groot. De mensen werden totaal verrast door de kracht van het snelstromende water. Ze hebben in een keer alles verloren, dat is traumatisch. Ook de paniek en de moeizaam op gang komende hulpverlening door de schaal van de vernieling is vergelijkbaar.

Er zijn echter ook verschillen. Allereerst de schaal van de ramp. In 2004 waren er in totaal 230.000 slachtoffers, in Indonesië vielen 130.000 doden. Er wordt nu gesproken over enkele duizenden doden. Ook is de overheid beter voorbereid op rampen door de inzet van de Ministry of Disaster Response (BPNB) die gelijk met search en rescue teams op pad gingen en begonnen met het opzetten van kampen voor de getroffen bevolking.’’

Waar is nu de meeste behoefte aan op Sulawesi?

‘’Op het moment is er grote behoefte aan kant en klaar eten, drinkwater, brandstof, dekens, medische hulp en tenten. Je moet je voorstellen dat de mensen leven van wat ze nog in huis hebben. En dat raakt op. Winkels zijn dicht, benzinestations en pinautomaten zijn leeg. Veel van de getroffenen gaan daarom te voet naar steden in het zuiden over wegen die nauwelijks begaanbaar zijn. De haven en vliegveld zijn nog dicht, al zijn er wat sporadisch vluchten met mensen die geëvacueerd worden en hulpgoederen die binnen komen. De eerste tekenen van herstel zijn echter ook zichtbaar. De eerste hulpverleners zijn ter plekke en het vliegveld zal binnenkort weer open gesteld worden voor lijnvluchten.’’

Destijds was er kritiek op de samenwerking tussen hulporganisaties. Hoe wordt er nu samengewerkt en gecoördineerd? Wat is er sindsdien verbeterd?

‘’In Atjeh was de toestroom van binnen- en buitenlandse hulpverleners te massaal. Daardoor kwam effectieve samenwerking maar moeilijk tot stand. Ook werd er te individualistisch gewerkt: iedere organisatie wilde zijn eigen beloften aan de donoren waarmaken. Nu in Sulawesi speelt de Indonesische overheid een veel sterkere rol. De overheid wil de hoeveelheid buitenlandse hulpverleners binnen de perken houden door alleen doelgerichte hulp via sterke hulporganisaties toe te laten. ZOA werkt dan ook nauw samen met nationale en internationale organisaties in grotere partnerschappen. Op deze manier kunnen we gebruik maken van elkaars kennis en medewerkers en de hulp zo effectief mogelijk inzetten.’’

Hoe zorgen hulporganisaties dat juist de meest kwetsbare mensen worden bereikt?

‘’Door samen te werken met lokale organisaties die het land goed kennen. ZOA werkt bijvoorbeeld samen met het Leger des Heils. Het Leger heeft veel leden die wonen in de getroffen regio. Ze weten dus al veel van de mensen en het gebied. Door snelle assessments kunnen de meest kwetsbare mensen snel geïdentificeerd worden, zodat er snel noodhulp kan worden geboden.’’

Hoe lang duurt het voordat de situatie weer genormaliseerd is? Wat staat de bevolking van Sulawesi nog te wachten?

‘’De tekorten op het gebied van water en voedsel zullen vrij snel worden opgelost zodra de wegen, vliegvelden en havens weer vrij gemaakt zijn. Het regelen van onderdak en gezondheidszorg zal wat meer tijd in beslag nemen. De wegen, de scholen, de werkgelegenheid…alleen al het herbouwen van alle honderdduizenden huizen die zijn verwoest zal waarschijnlijk jaren gaan duren. Hulporganisaties, overheden en de bevolking van Sulawesi zullen schouder aan schouder het eiland weer op moeten bouwen.’’

ZOA zet zich samen met het Christelijk Noodhulpcluster in voor de slachtoffers op Sulawesi. We zorgen onder andere voor voedsel, schoon drinkwater, onderdak en medische hulp. Help je mee met een gift?

Doneer nu