“We renden urenlang, zonder eten en drinken"

Als we horen van vluchtelingen, denken we vaak aan de ramp of het geweld waarvoor ze vluchten. Of we zien hoe ze leven in een vluchtelingenkamp. Zelden staan we stil bij wat vluchtelingen onderweg meemaken. Terwijl hun tocht vol gevaren is. Twee Nigeriaanse ontheemden vertellen over hun vreselijke vlucht.

“Ons dorp Mbuta (district Mafa, Nigeria) werd aangevallen door strijders”, vertelt Bulama Ali Fali (49). Samen met zijn vrouw en zes kinderen – vier jongens en twee meisjes – sloeg hij halsoverkop op de vlucht.

“Op die bewuste ochtend wisten de meeste dorpelingen te ontsnappen, anderen werden gedood. We wisten niet waar we naartoe moesten vluchten. Dus we renden richting het bos. Mijn vrouw was net bevallen en hield de pasgeboren baby in haar armen. Ik droeg de twee jongere kinderen, de oudsten hielden mijn kleding vast. De bewapende mannen zaten ons achterna. We renden meer dan zeven uur zonder eten of water, dwars door de begroeiing. We stapten op doornen. Onze voeten raakten helemaal opgezwollen. Onderweg viel mijn vrouw flauw, oververmoeid omdat ze nog te zwak was.”

De angstige dorpelingen weigerden ons onderdak te geven"

“Onderweg kwamen we in enkele dorpen aan. Maar de dorpelingen weigerden ons onderdak te geven, omdat ze bang waren dat ze dan zelf aangevallen zouden worden. We liepen verder, vermoeid en wanhopig. Ik maakte me niet zozeer druk om mijn eigen leven, maar wel om dat van mijn vrouw en kinderen. We kwamen in het district Jere aan. Daar ontmoetten wij gelukkig een man die ons verder hielp. Hij bracht ons met de auto naar de stad Maiduguri. Al snel ging ik naar Mbuta terug. Ik wilde de gewassen oogsten op de boerderij waar ik werkte. Daar ontmoette ik meer medewerkers met hetzelfde plan. We werden echter omsingeld door militanten. Drie collega’s werden gedood, maar opnieuw kon ik op wonderlijke wijze ontsnappen. Dank God. Nu verblijf ik met mijn gezin in Gongulong Lawanti (Borno state, Nigeria).”

IMG20210316102506337

“’s Avonds vielen strijders ons dorp aan. Alle dorpelingen renden hard weg, wij ook”, zegt Saudatau Abubakar Umaru Yaro, een 55-jarige weduwe met zes dochters. Ze woonde in Dabam Masara in het district Kukawa.

“Ik wist met drie dochters te ontsnappen, maar tijdens de vlucht raakte ik de andere drie kwijt. We renden met andere mensen door het bos. Tijdens het rennen werden enkele dorpelingen doodgeschoten. Ik hield mijn meisjes stevig vast en bleef rennen voor mijn leven en dat van mijn kinderen. Na een tijdje werden we niet meer achtervolgd. We rustten even bij een riviertje, waar we water dronken. Het water was niet helemaal schoon, maar we hadden geen andere keus. We vervolgden onze tocht door het bos en hoopten bij een dorp aan te komen. Maar vergeefs. Omdat we hongerig waren en geen eten bij ons hadden, aten we waterlelies uit de rivier. Ik was enorm bang. Waar kon ik heen? En waar waren mijn andere meisjes? Ik maakte me enorm veel zorgen en hoopte dat God hen en ons zou beschermen. Na 18 uur vluchten kwamen we bij het dorp Kenkenu aan. Daar zag ik ook mijn kwijtgeraakte dochters. Wat was ik blij om ze te zien! Samen gingen we te voet verder naar Monguno, waar we op de bus stapten naar de stad Maiduguri. Eindelijk veilig. Nu proberen we ons leven op te bouwen in Gongulong Lawanti.”


Miljoenen vluchtelingen moesten alles achterlaten op zoek naar een veilige plek. Samen kunnen we er voor hen zijn. Juist nu er geen collectant aan de deur staat is jouw steun belangrijker dan ooit. Help jij ook mee?

  • Bedrag

  • Dit veld is voor validatie doeleinden en moet ongewijzigd blijven.