ZOA-ambassadeur Joël Voordewind: “We kunnen leed niet voorkomen, maar wel verzachten”

Vluchtelingen zitten in het hart van Joël Voordewind. Als parlementariër voor de ChristenUnie streed hij 15 jaar onvermoeibaar voor de belangen van deze kwetsbare mensen. Nú zet hij zich in bij ZOA voor mensen die alles zijn kwijtgeraakt door een oorlog of een ramp. “Geluk? Dat is opkomen voor mensen die lijden!”

Joël Voordewind (ChristenUnie) is Speciaal Ambassadeur voor ZOA. Hij zal afreizen naar projecten in crisisgebieden, daarover rapporteren in een brede politieke context en een boegbeeld zijn voor media-uitingen. “Ik hoop dat ik de situatie waarin ZOA opereert en de nood van de vluchtelingen goed kan uitleggen aan het Nederlandse publiek.” En dat is belangrijk want het werk dat ZOA doet, is nog niet zo heel erg bekend buiten de christelijke wereld, zegt Joël. “Terwijl wij één van de grootste noodhulporganisaties in Nederland zijn. ZOA werkt wereldwijd in zeer moeilijke crisisgebieden vanuit een diepe christelijke overtuiging. Dat sluit goed aan bij mijn jarenlange inzet om op te komen voor de meest kwetsbaren.”

Joel Voordewind FOTOCREDIT Marjan van der Meer Pure Fotografie
Foto: Marjan van der Meer

Waar komen die passie en bevlogenheid vandaan?
,,Al vanuit mijn opvoeding. Mijn vader was dominee in het Amsterdam van de jaren zeventig, tussen de hippies en drugsverslaafden. We hadden een kerkelijk drugsopvangcentrum bij de Wallen en ik groeide op in de Bijlmer. Als kinderen voelden we ons betrokken bij het werk. We kregen, zeg maar, andere mensen over de vloer dan de gemiddelde Nederlander. Na mijn studie politicologie trouwde ik met Deborah. Onze huwelijksreis ging naar vluchtelingenkampen in Thailand en Cambodja, naar mijn zwager en schoonzus. Dat was mijn eerste confrontatie met noodhulp. Dit maakte een hele diepe indruk op mij, het heeft me nooit meer losgelaten. Vervolgens heb ik voor verschillende hulporganisaties gewerkt, ook in het veld. Als Kamerlid bezocht ik ‘onder de radar’ rampgebieden en vluchtelingenkampen, waardoor ik gezichten bij nieuwsberichten kon plaatsen. De betrokkenheid bij vluchtelingen is een stevige rode draad in mijn leven.”

Wat is precies die betrokkenheid?
“Je kan een tekort hebben of steun nodig hebben. Maar als je van huis en haard verdreven bent, heb je helemaal niets meer. Er is gebrek aan alles. Het hele levensritme is weg en je bent puur aan het overleven. Je bent ook voor alles afhankelijk van anderen. Dat is zo kwetsbaar. Met name voor meisjes, vrouwen en kinderen. Meisjes worden bijvoorbeeld ingezet in prostitutie. Die kwetsbaarheid is heel gevaarlijk; vandaar dat mijn aandacht vaak naar vluchtelingen is uitgegaan.”

Meisjes Iraaks vluchtelingenkamp resize
Meisjes in een Iraaks vluchtelingenkamp

Wat raakt jou het meest?
“De hopeloosheid en de uitzichtloosheid, ik zie gewoon de levensvreugde bij mensen verdwijnen. In Irak bijvoorbeeld kwam ik in een medische noodkliniek schrijnende situaties tegen. Je proefde de paniek, de hopeloosheid en trauma’s om je heen. Dat uitte zich in dofheid in de ogen, constante hoofdpijn en haaruitval bij kinderen. Matteüs 25 zag ik daar voor mijn ogen gebeuren. Als er ergens een roep van Jezus was om om te kijken naar mijn naaste, was dat daar. Natuurlijk kan niet iedereen naar het buitenland, maar Jezus’ oproep geldt wel voor ons allemaal. In Nederland kan je geld geven en bidden. Matteüs 25 is ook de tekst die mij motiveert in alles wat ik doe. Het is niet zomaar een oproep van Jezus, het is een hele heftige oproep. En het is niet vrijblijvend, het doet een beroep op ons verantwoordelijkheidsgevoel.

Ik heb weleens met jongeren gesproken over de vraag wat een mens gelukkig maakt. Ze hebben daar vaak wel ideeën over, deels in de materiële sfeer. Dan neem ik hen óók mee naar Matteüs 5, de Bergrede, waar Jezus dingen zegt als ‘Gelukkig de armen’. Mensen die mee lijden met armen en anderen die het moeilijk hebben, delen in dat geluk. Het is een vorm van gelukkig-zijn die ontstaat door op te komen voor mensen die verdriet hebben, vervolgd worden en lijden. Dat is onze bestemming als volgelingen van Jezus.”

SSD Floodings Old lady ZOA bewerkt
Overstromingen in Zuid-Sudan, de oogst van deze vrouw is weggespoeld.

Word je niet moedeloos van het leed dat niet ophoudt?
“Zolang de Heer niet terug is, zal er armoede en nood zijn. Maar dat ontslaat ons niet van de verantwoordelijkheid om iets te doen vanuit onze welvaart in het Westen.”

Soms klinken er stemmen dat geld voor deze hulp in een bodemloze put belandt…
“Dat moet je maar eens vragen aan het dorp dat wel geholpen wordt en mensen die wel een waterput krijgen. Dat is altijd mijn lichtpunt in mijn leven, ook als ik straks projecten van ZOA bezoek. Ik wil de verhalen van de mensen horen, wat voor impact hulpprogramma’s hebben op individuele mensenlevens. We kunnen niet al het leed voorkomen, maar misschien wel verzachten. Daar houd ik me altijd maar aan vast. Als we naast de materiele nood ook oog hebben voor geestelijk herstel en groei, dan weet ik weer waar ik het voor doe.”

“Ik zie ernaar uit om samen te werken met alle zeer gemotiveerde medewerkers van ZOA op zowel het kantoor in Apeldoorn als met de moedige medewerkers in het veld. Samen – met alle donateurs, donoren en andere betrokkenen bij ZOA – maken we het verschil voor onze medemens in nood!”

 

(Enkele fragmenten van dit interview zijn met toestemming overgenomen uit het magazine Elisabeth)