Leven uit een koffer: ons team in Nigeria

Als lid van ZOA’s Disaster Response team reizen Ina Hogendoorn en Marjanne van Vliet de wereld over om projecten op te zetten, hulp te verlenen en bij te springen waar dat nodig is.

Een afspraak met hen maken is niet altijd even simpel; het zou zomaar kunnen dat er net ergens op de wereld een ramp plaatsvindt en ze snel het vliegtuig in moeten springen. Ina Hogendoorn en Marjanne van Vliet van ZOA’s Disaster Response team weten wat het is als het privéleven even niet telt. Beiden zijn vaak (wekenlang) op reis en helpen met het opzetten van projecten in ZOA’s projectlanden – tijdens rampen maar ook in gevaarlijke gebieden waar een stille ramp gaande is. Zoals in Nigeria, waar beide vrouwen vorig jaar en begin dit jaar waren om een project op te zetten voor hulp aan slachtoffers van Boko Haram. Ina verbleef meerdere keren wekenlang in Nigeria, Marjanne sprong bij om te helpen met het werven en aannemen van personeel.

Hoe hebben jullie de situatie in Nigeria ervaren?
Ina: “Ik heb ervaren dat de werkelijkheid altijd weer anders is dan je vooraf bedenkt. Ik vond de situatie soms erg tegenstrijdig. Aan de ene kant zie je dat het gewone leven voor de inwoners van Maiduguri doorgaat maar aan de andere kant zijn er de enorme aantallen vluchtelingen met de meest schrijnende verhalen over wat ze meegemaakt hebben en hoe ze nu aan het overleven zijn.”

Marjanne: “Inderdaad. Vluchtelingen leven voor een groot deel tussen de lokale bevolking die het relatief goed heeft. Maiduguri is een handelsstad en er is nog steeds goede aanvoer van goederen en voedsel. Dit levert een contrast op waar je zelf ook tussen laveert. Op dezelfde dag kun je je hand uitsteken om zaken te doen met een succesvolle lokale handelaar en daarna iemand ontmoeten die elke dag voor haar hut zit in de hoop dat er een NGO komt die haar gezin bijstaat in de grootste behoeften.
De indruk die ik krijg van veel vluchtelingen die ik ontmoet is die van wanhoop. Ze zien hun voedselvoorraad slinken zonder dat er een alternatief aankomt. Er zijn ziekten door zwakte, slechte voeding en gebrek aan hygiëne. Verder voelen met name vrouwen zich onveilig en moeten ze hun bezit verdedigen tegen diefstal. Veel mensen hebben geen reden om een uitweg te zien voor zichzelf of hun kinderen. Soms reageert men op deze situatie met apathie. Maar we maken ook momenten mee dat men het uitschreeuwt: “we hebben voedsel nodig, help ons!””

Marjanne: “Soms voelt het hypocriet dat je niets geeft aan een bedelaar en ‘s avonds een goede maaltijd voor je eigen team kookt.” Ina: “Dat klopt. Dat de vluchtelingen zo dichtbij wonen, maakte het voor mij bijvoorbeeld heel moeilijk om restjes eten weg te gooien. Als iemand, op nog geen tien minuten rijden afstand van je keuken enorme honger heeft, is dat ineens een praktische mogelijkheid om je eten te delen. Dit gaf me ook wel heel concreet de motivatie en drive om de projecten snel op gang te brengen. Mijn kliekje kan slechts een persoon een avond helpen maar met ZOA’s projecten kunnen vele duizenden mensen maandelijks van eten voorzien worden.

Marjanne: ”Het helpt dan dat er een organisatie achter je staat die zegt: dit is hoe we werken en uiteindelijk levert dat het best mogelijke resultaat op. Je hoeft niet elke keer opnieuw alle mogelijkheden af te gaan.”

 

“Soms voelt het hypocriet dat je niets geeft aan een bedelaar maar ‘s avonds een goede maaltijd kookt”

Nigeria is –net als veel andere landen waar jullie werken – niet altijd veilig. Hoe zorg je dat je niks overkomt?
Marjanne: “Ik voorkom niet per definitie dat mij iets overkomt, volgens mij kan niemand dat. Ik ben me wel bewust van de risico’s. Ik handel dan ook zoveel mogelijk volgens de veiligheidstraining en instructies die ik mee heb gekregen. Ik ben erg alert op meldingen van incidenten in de stad. Ook accepteer ik niet bij voorbaat de betrouwbaarheid van onze bewaking of van de elektriciteit. Zelf blijven nadenken, observeren en analyseren is iets dat je in je systeem moet hebben.”

Ina: “ZOA heeft een stevig veiligheidsbeleid. Zo moeten alle medewerkers eerst een veiligheidstraining volgen en is er een veiligheidsplan voor Nigeria geschreven. Dit veiligheidsplan geeft ook regels waardoor het risico verminderd wordt. Zo gaan we bijvoorbeeld niet naar de drukke markt, die vaker doelwit is geweest van aanslagen. Tevens weet ik mij in Gods hand en kan mij ook iets gebeuren op de weg als ik in Nederland ben.”

Hoe ga je om met al die ellende die je tijdens het werk ziet?
Marjanne: “Het is belangrijk om in een team te werken. Er zijn veel momenten op een dag dat je graag even je verhaal wilt vertellen en het is goed als iemand dat verhaal begrijpt omdat hij of zij hetzelfde meemaakt. Verder denk ik niet dat het me schaadt om te worden geconfronteerd met het leed dat veel mensen meemaken. Het maakt me bewust van onze kwetsbaarheid als mensen. Het bevestigt ook de enorme rijkdom waarin ik leef, met name als het gaat om de zekerheid van voeding en zorg en om de veiligheid van mijn Nederlandse omgeving. Daarmee relativeer ik ook het ‘offer’ van het niet altijd thuis kunnen zijn en het op afstand zijn van mijn familie.”

Ina: “De confrontatie met de ellende geeft mij juist de extra energie om het werk te doen. Als dingen tegenzitten, je Nederland mist of een keer moe bent, is juist die gedachte aan de mensen die onze hulp nodig hebben dat beetje extra om door te gaan. Natuurlijk blijft het soms moeilijk. Zeker als mensen vertellen over geliefden die omgekomen zijn of ontvoerd door Boko Haram. Aan dat verdriet kan ik niets veranderen. Maar het voelt toch als een voorrecht dat mensen hun verhaal met me willen delen en dat ik een luisterend oor kan zijn.”

In landen als Nigeria, Afghanistan, Zuid-Soedan en Irak hebben duizenden vluchtelingen dringend behoefte aan hulp. ZOA wil hen helpen. Bijvoorbeeld met voedsel, water en onderdak. Help je mee?

Geef een gift