Nour: “Mijn man wordt vermoord als we teruggaan”

De 31-jarige Nour had samen met haar man en negen kinderen een goed leven in Syrië. Totdat de oorlog uitbrak en het niet langer veilig was om te blijven. 

“Voor we moesten vluchten woonde ik met mijn gezin in Darayya. We hadden een groot huis met genoeg kamers, een mooie tuin en een auto voor de deur. Mijn man had een kapperszaak en werkte als trainer in de sportschool. Ik zorgde thuis voor de kinderen en het huishouden.

Doordat de stad steeds gevaarlijker werd konden we niet anders dan onszelf in veiligheid brengen. Vlak voordat we vertrokken is mijn vader in de gevangenis gedood. We waren bang dat ze dit ook mijn man wilden aandoen. Voor ons een extra reden om weg te gaan.

In een taxi zijn we met ons hele gezin gevlucht. Eerst zaten we in een vluchtelingenkamp, maar dat was erg zwaar. Door de koude winter ging de gezondheid van de kinderen al snel hard achteruit. Ik was zo bezorgd! Daarom zijn we naar de stad Hosson gegaan.

Hier wonen we met z’n allen in twee kleine kamertjes. Het huis zelf is in slechte staat. Doordat de kachel kapot is, maak ik me zorgen over de winter. Brandstof is namelijk erg duur en de enige bescherming die we hebben tegen de kou zijn wat dunne matrassen en een paar dekens.”