Samira: “Vrienden en familie werden voor onze ogen gedood”

Van de één op andere dag werden de Syrische Samira en haar gezin gedwongen om te vluchten. Hun vertrouwde leven lieten ze noodgedwongen achter. In een klein kamertje in Amman denkt ze terug aan hun tijd in Syrië.

“Voor de oorlog hadden we een goed leven. Mijn man was trainer van het nationale boksteam en zelf had ik mijn eigen kapsalon. We waren allebei goed opgeleid en zagen volop kansen voor onszelf en onze kinderen. Maar die droom is voorbij.

Voordat we uit Syrië vluchtten, hebben we vreselijke dingen gezien. Het vriendje van onze zoon Hassan werd op straat doodgestoken terwijl Hassen en hij samen aan het voetballen waren. De straat lag vol bloed. Zo zijn meerdere vrienden en familie voor onze ogen gedood. Het was verschrikkelijk.

We zijn zelf ook een paar keer bedreigd doordat we beschouwd werden als een liberale familie. Mijn man is een keer meegenomen naar een onbekende plek in de stad. Eenmaal daar probeerden ze hem te vermoorden. Zelf ben ik twee keer met een vuurwapen met de dood bedreigd. Het werd te gevaarlijk en daarom zijn we gevlucht.

Met ons gezin slijten we de dagen in een klein flatje in Irbid. Van het huis waar we woonden is niets meer over. Alles is kapot gebombardeerd. Waar onze toekomst ligt weten we niet. Het enige dat we willen is een nieuw leven opbouwen en onze kinderen een goed toekomstperspectief bieden. Maar dat is niet eenvoudig.”