Overslaan en naar de inhoud gaan

‘Als je weet dat iemand achter je staat, kun je weer opstaan’

Een onophoudelijke stroom nieuwsberichten komt dagelijks voorbij, en toch lijkt de nood in de wereld verder weg dan ooit. Veel mensen voelen zich daardoor machteloos of haken zelfs af. Hoe blijf je betrokken zonder overweldigd te raken? Midden in het groen, bij een historisch fort, vertelt schrijver Mirjam van der Vegt over nabijheid. “Dichtbij komen begint vaak heel klein: één foto, één verhaal, één gebed.” 

Lees meer

De stad Utrecht ligt op nog geen steenworp afstand. Toch voelt het alsof de drukte van alledag hier niet bestaat. Vanaf een fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie kijken we uit over weilanden, een ooievaarsnest en een weidse horizon. Het is de plek waar schrijver en stiltebegeleider Mirjam van der Vegt een deel van haar tijd doorbrengt. “Dit is een landingsplek,” zegt ze. “Een plek om op verhaal en op adem te komen, zodat je daarna weer de wereld in kunt.”  

Dat woord landen komt opvallend vaak terug in het gesprek. Het past ook bij het thema van deze editie van Toevlucht: dichtbij. Want hoe laat je de nood van anderen dichtbij komen, of landen, zonder erdoor overspoeld te raken? 

Zelf ontheemd 

Mirjam begrijpt iets van ontheemding. Niet omdat zij een vluchteling is geweest in de letterlijke betekenis van het woord, maar omdat ze weet hoe het voelt om jezelf kwijt te raken. “Toen ik enkele jaren geleden bij dit fort kwam, voelde ik me zelf een soort vluchteling,” vertelt ze. “Ik had een moeilijke periode achter de rug. Het eerste jaar heb ik hier vooral gezeten om bij te komen.” Gaandeweg veranderde het fort van een schuilplaats in een vertrekpunt. “Je kunt ook ontheemd raken zonder je land te verlaten. Als je het thuis in jezelf kwijt bent geraakt, ben je op zoek naar een plek om opnieuw te landen.” 

Ze heeft gemerkt dat meer mensen met dat gevoel rondlopen in een samenleving waarin burn-out, angstklachten en mentale onrust toenemen. 

Niet wegkijken 

Dat geldt ook voor de manier waarop we met het nieuws omgaan. Uit onderzoek van ZOA blijkt dat steeds meer mensen oorlogsnieuws bewust vermijden omdat het hun te veel wordt. Mirjam begrijpt die neiging, maar kiest er zelf bewust voor om niet weg te kijken. 

Als voormalig onderzoeksjournalist leest ze nog steeds dagelijks de krant. In haar agenda bewaart ze zelfs foto's van mensen die haar hebben geraakt. Een van die foto's toont een jonge strijder van de gewelddadige M23-militie in Oost-Congo. Op een andere foto staat een rouwende man uit Gaza. Ze bidt voor allebei. “Ook voor die jongen van M23.”  

ZOA werkt in het gebied waar deze militie actief is. In het oosten van Congo en in Burundi vangen we mensen op die gevlucht zijn voor de oorlog tussen M23 en het regeringsleger van Congo. ZOA-collega’s horen verhalen over afgebrande en ontvolkte dorpen, verkrachtingen, plunderingen en moordpartijen. Mirjam: “Hij heeft waarschijnlijk verschrikkelijke dingen gedaan. Maar ik bid dat hij een andere geest ontvangt. Het moet ergens stoppen.” Niet dat ze daarmee haar ogen wil sluiten voor het kwaad, want dat is ontegenzeggelijk aanwezig in deze wereld. Juist omdat de slachtoffers haar raken, weigert ze mensen uitsluitend in de categorieën ‘dader’ en ‘slachtoffer’ te plaatsen. “In ons allemaal zit iets van een slachtoffer en iets van een dader. Dat maakt het nieuws voor mij niet minder ernstig, maar wel menselijker.” 

Vieren 

Mirjam is duidelijk geëmotioneerd als ze praat over de mensen op de foto’s waar ze voor bidt. “Het raakt me als ik denk aan ‘het ontwerp’, dat we als mensen ooit ontworpen zijn om te wandelen met God en met elkaar. Wij zijn geschapen om lief te hebben”, zegt ze. “Het gevaar van al het nieuws is dat je gaat denken dat de wereld alleen maar uit ellende bestaat. Maar ik wil niet stil blijven staan bij het drama. Ik wil het ontwerp vieren.” Met dat ontwerp bedoelt ze Gods oorspronkelijke bedoeling voor mensen: liefhebben, creëren en bouwen. 

Dat betekent niet dat er geen ruimte meer is voor verdriet. “Rouwen hoort bij liefhebben”, zegt ze. “Maar rouw hoeft niet het laatste woord te hebben.” Juist in zeer moeilijke omstandigheden ziet ze voorbeelden van menselijke veerkracht. Ze vertelt over ontmoetingen met vluchtelingen in haar eigen omgeving die ondanks alles opnieuw beginnen, nieuwe plannen maken en perspectief vinden. “Mensen die alles kwijt zijn geraakt, moeten hun leven opnieuw scheppen. Daar zie je soms de grootste veerkracht.” 

Houd het klein 

Maar wat kun je doen als alle nood je te veel wordt? Mirjam hoeft niet lang na te denken: “Houd het klein.” Ze moedigt mensen aan om niet eindeloos door nieuwsberichten te scrollen, maar één beeld of één verhaal te kiezen dat hen werkelijk raakt. “Vraag jezelf af: wat verlang ik voor deze persoon? Dat verlangen is eigenlijk al een gebed.”  

Volgens haar ontstaat echte betrokkenheid vaak niet door meer informatie, maar door aandacht. Door tijd te nemen voor één mens, één verhaal, één foto. Dat sluit nauw aan bij de missie van ZOA om de verhalen van mensen in nood dichtbij te brengen, zodat bewogenheid kan groeien. 

Achteraan in de rij 

Wanneer het gesprek op ZOA komt, noemt Mirjam nog iets dat haar raakt. Namelijk dat ZOA voorrang geeft aan mensen die weinig stem hebben: vluchtelingen, ouderen, mensen met een beperking, vrouwen en kinderen. “Een mens heeft ten diepste het gevoel nodig dat hij ergens bij hoort”, zegt ze. “Als je weet dat er mensen achter je staan, kun je weer opstaan.”  

Dat beeld blijft hangen wanneer we afscheid nemen. Het fort met zijn dikke muren blijkt uiteindelijk geen plek om je voor de wereld af te sluiten. Juist niet. Het is een plek om even te landen, zodat je daarna de wereld weer tegemoet kunt treden. Met open ogen. En met voldoende ruimte om de ander dichtbij te laten komen. 

Beluister ook de podcast met Mirjam van der Vegt.