Geen bewegingsvrijheid in Jemen

De situatie in Jemen is weer onrustig. Voormalig Jemenitische bondgenoten vechten tegen elkaar. Partijen beginnen hun eigen plan te trekken en de situatie in het land wordt alleen maar onzekerder. Corine Verdoold (landendirecteur voor ZOA) en Johan Mooij (landendirecteur voor CARE) wonen al ruim 2 jaar in Jemen en zijn werkzaam in de hulpverlening. Zij vertellen hun verhaal op NPO Radio 1. Lees het interview hier.  

Nu even in Nederland maar tot een paar dagen geleden nog in Jemen, wat doen jullie daar?
We zijn beiden betrokken bij hulpverlening aan mensen in Jemen die in grote getale behoefte hebben aan eten en andere ondersteuning.

Dat is dus wat jullie de mensen brengen?
We werken beiden bij een andere organisatie maar doen soortgelijk werk. We voorzien de bevolking van eten. CARE – waar Johan voor werkt – richt zich vooral op voedsel en ZOA richt zich ook op water en sanitatie vanwege een jaarlijks terugkerend choleraprobleem. De nadruk ligt dus inderdaad op water, sanitatie en voedselhulp, maar ook bijvoeding voor de kinderen.

Het lijkt alleen maar ingewikkelder te worden, wordt het nu nog lastiger?
Ja het is zeker niet gemakkelijker aan het worden. Wij wonen in Sana in het noorden. De bevolking heeft last van de politieke onrusten, er zijn ineens twee/drie verschillende partijen die elkaar het leven zuur maken.

Wat maakt jullie werk dan moeilijk?
In het noorden hebben we tot nu toe niet zoveel moeite gehad behalve dat we dagelijks te maken hebben met een overheid die niet wil dat er hulpverleners werken. In het zuiden moeten we heel voorzichtig zijn met conflicten. Regelmatig worden er projecten stilgelegd door onrusten.

Het voelt als een voorrecht dat we dit werk mogen doen."

Hoe gaat dat als het werk even stilgelegd moet worden?
Er zijn zowel havens in het zuiden als in het noorden. Soms komt het voor dat havens geblokkeerd worden en wordt het bemoeilijkt om goederen te leveren aan mensen die het zo hard nodig hebben. Er zijn hele gebieden waar we moeilijk bij kunnen, letterlijk kunnen we soms mensen niet bereiken met het water dat ze zo hard nodig hebben. Per dag moeten we onderhandelen met de verschillende partijen om onze hulpverlening te kunnen doen.

Hoe ziet een dag er voor jullie uit?
We zijn natuurlijk continu bezig zijn met het afstemmen met de overhead en organisaties waar we heen kunnen, waar we niet heen kunnen. Waar het veilig is, waar het niet veilig is. Als landendirecteur ben je voortdurend bezig om gesprekken te voeren. Onze staf wil heel graag het veld in maar het moet natuurlijk wel veilig zijn.

In het noorden wordt nog veel gebombardeerd. Ons leven speelt zich vooral af op kantoor en thuis. We kunnen niet even eruit om boodschappen te doen of even naar een restaurant te gaan. Je probeert naar gebouwen te gaan die een vrijwaring hebben dat zij geen doelwit zijn voor bombardementen. Dit beperkt je sociale leven maar ook je werk.

Kan je wel je werk doen als je zo opgesloten zit?
Het voelt niet opgesloten. Er zitten niet veel hulporganisaties dus alles wat je doet, kan een enorm verschil maken in het leven van mensen. Maar je hebt geen bewegingsvrijheid nee, dat niet.

Wat doet de huidige onrust met het land?
Het is slecht voor de bevolking. Er is veel onrust, het is heel onvoorspelbaar. We hebben veel te maken met luchtaanvallen waar je je niet tegen kan beschermen. Vaak hoor je vliegtuigen overvliegen en moet je maar zien waar de klap valt. Hoe meer er gevochten wordt, hoe onveiliger de situatie is voor de bevolking.

Nu zijn jullie even in Nederland, hoe voelt het om weer terug te gaan?
Jemen is echt ons tweede thuis geworden. De mensen daar zijn enorm gastvrij en maken je onderdeel van hun samenleving. We voelen ons er enorm thuis en het voelt als een voorrecht dat we dit werk mogen doen.

Lees meer over onze projecten in Jemen hier.