Gender gaat over meer dan toiletten

Het woord gender kennen we in Nederland vooral van televisieprogramma’s als ‘hij is een zij’ of discussies over genderneutrale toiletten. Waarom houdt ZOA zich hiermee bezig? Karin Wierenga, die ZOA-medewerkers in de landen op het gebied van gender ondersteunt, en Corita Corbijn, ZOA’s expert op het gebied van vredesopbouw, leggen het uit.

Het woord gender is ‘in’, maar wat betekent het eigenlijk?
Karin: “Gender…het woord klinkt ingewikkelder dan het is. Het gaat over de verhouding tussen mannen en vrouwen, die voorkomt uit hun rollen in gezin en maatschappij. In de landen waar we werken zijn de verhoudingen tussen mannen en vrouwen meestal niet gelijkwaardig. Vrouwen zijn vaak ondergeschikt. Het is belangrijk dat we ons bij ZOA hiervan bewust zijn, want we willen de machtsverhoudingen eerlijker maken. Als je geen aandacht hebt voor de verschillen, maak je ze meestal groter.”

 Hoe houd je rekening met de culturele opvattingen over de rolverdeling tussen man en vrouw? Zitten ze in Afghanistan of Congo wel te wachten op onze Nederlandse ideeën?
Corita: “Eerst gaan we met mannen en vrouwen om tafel om te horen hoe zij denken over bijvoorbeeld conflict en onveiligheid. We beginnen altijd met gesprek. Natuurlijk houd je in je programma’s rekening met de cultuur. Denk bijvoorbeeld aan Afghanistan, daar hebben we veel vrouwelijke collega’s in dienst omdat we anders geen projecten voor vrouwen kunnen organiseren. Maar we proberen ook wat te doen aan ongelijke verhoudingen. Meisjes in de Ugandese provincie Amudat worden bijvoorbeeld besneden en jong uitgehuwelijkt. Zij willen wel verder studeren, maar krijgen de kans niet. Hier werken we aan verandering. Soms moet je meegaan in culturele opvattingen om je werk te kunnen doen, maar bovenal zoeken we naar wegen om een Bijbelse waarde als recht doen in de praktijk te brengen.”

“Om verandering te realiseren is de steun van vrouwen én mannen cruciaal”

Als het gaat over man-vrouw verhoudingen, wordt de man vaak afgeschilderd als de ’boosdoener’. Hoe zit dat?
Karin en Corita schieten in de lach. Corita antwoordt: “Dat is te simpel gesteld. In veel samenlevingen worden hoge eisen gesteld aan mannen. Ze moeten kostwinner zijn voor hun familie, of een hoge bruidsprijs betalen om te kunnen trouwen. Als je daar niet aan kunt voldoen, wordt er op je neergekeken. Wat doe je dan? Ik kan me wel indenken dat jonge mannen op zoek gaan naar andere manieren om aanzien te verdienen, bijvoorbeeld door zich aan te sluiten bij een criminele groep of een rebellengroep. Soms zijn het hun moeders en zussen die hen stimuleren om het verkeerde pad op te gaan. Anderzijds is het natuurlijk waar dat de traditie vaak meer macht bij de mannen neerlegt. In die zin betekent werken aan meer gendergelijkheid ook dat mannen een deel van hun zeggenschap inleveren, maar daarvoor meer gezamenlijkheid en gedeelde verantwoordelijkheid terug krijgen.”

Wanneer zijn jullie tevreden over een project? Hoe ziet een goed ‘genderproject’ eruit?
Karin: “Meestal is het niet nodig om aparte projecten op te starten voor mannen en vrouwen. Vaak is het juist goed om mannen en vrouwen samen te betrekken.” Corita geeft een voorbeeld: “In Liberia zagen we dat het onderlinge vertrouwen door de oorlog helemaal verdwenen was. We startten socio-therapiegroepen met mannen en vrouwen. Een intensief programma van vijftien weken waarbij je in kleine groepen kijkt naar jezelf en je relatie met andere mensen. De resultaten waren geweldig. Mannen begonnen verantwoordelijkheid te nemen voor de opvoeding van hun kinderen en voelden zich betrokken bij hun gezin. Vrouwen kregen meer zeggenschap over het gezinsinkomen. Dan wordt het pas echt vrede, als niet alleen de oorlog voorbij is, maar het thuis goed is.”

Bijzondere ontmoetingen
Corita: “Onlangs was ik in Kalehe, in de Congolese provincie Zuid-Kivu. De situatie van de vrouwen die ik daar ontmoette, was hartverscheurend. Ik ben in heel wat landen geweest, maar had het nog niet eerder zo gezien. Veel jonge meiden zijn in de oorlog verkracht en hebben kinderen. Zij kunnen geen kant op, geen man wil nog met hen trouwen. In ruil voor wat eten gaan ze naar bed met de mannen die verderop in de mijnen werken. De situatie van deze vrouwen kun je niet één, twee, drie verbeteren. Met het project dat we daar nu opstarten proberen we vrouwen via bijeenkomsten en vaktraining aan nieuwe bronnen van inkomsten te helpen. En we gaan we om tafel met invloedrijke mannen als dominees en traditionele leiders. Om verandering te realiseren is de steun van vrouwen én mannen cruciaal!”

Karin: “Naast de verdrietige verhalen zijn er ook mooie voorbeelden. De veerkracht van vrouwen is zo groot. In Burundi zag ik vrouwen elkaar na de oorlog opzoeken om de draad weer op te pakken. Er werden spaargroepen opgezet waarbij vrouwen samen sparen en elkaar geld uitlenen. Dat klinkt misschien technisch, maar het heeft zo’n bijzondere kracht. De vrouwen leren om voor zichzelf op te komen en mee te doen in vergaderingen. Ze delen hun verhalen en ondersteunen elkaar als het moeilijk is. In één van de dorpen stonden de mannen er aanvankelijk bij te kijken, maar toen ze zagen hoe goed het werkte begonnen ze een eigen groep!”