Als je het in Zuid-Sudan even niet meer ziet zitten

Column van Joop Teeuwen, ZOA-directeur Zuid-Sudan

Vandaag, een regenachtige dag, was ik er wel een beetje klaar mee, die hele situatie in Zuid-Sudan. Ik werk hier nu drie jaar voor ZOA en met name in de provincie Jonglei zien we dat de voedselonzekerheid almaar toeneemt. Meer dan 60% van de Zuid-Sudanezen heeft zo weinig te eten dat ze alleen kinderen te eten geven. Sommige mensen eten zelfs gras om maar een vol gevoel te hebben.

ZOA heeft een grote opslagplaats met eten in het dorp Gumuruk, ten oosten van de hoofdstad in Jonglei. We delen voedsel uit aan bijvoorbeeld mensen die hun oogst zagen verdwijnen door overstromingen, de ergste in de laatste vijftig jaar, zo vertellen oudere Sudanezen.

Sommige mensen eten zelfs gras om maar een vol gevoel te hebben"

Jammer genoeg is dat niet het enige probleem in deze regio. Er zijn veel spanningen tussen verschillende stammen. Grote groepen jongeren trekken eropuit om vee te stelen van andere stammen. Koeien zijn in deze streken een statussymbool en met name voor jongeren zijn ze heel belangrijk als bruidsschat. Het aantal vereiste koeien is zo hoog, dat dat alleen door diefstal en geweld op te brengen is.

Eerder deze maand was er weer zo’n aanval, nu in Gumuruk. Gewapende jongeren staken voedselvoorraden van ZOA en andere hulporganisaties in brand. Dat voorraden geplunderd worden, daar kan ik me nog iets bij voorstellen, maar al dat eten verbranden? In een omgeving waar vrijwel iedereen honger lijdt? Dat is pas echt ziek!

Juist op zo’n moment, als je denkt ‘Wat doen we hier eigenlijk?’, hoorde ik van een collega over een man die als kind zijn beide onderbenen had verloren. Hij vertelde hoe blij hij was met het gereedschap en zaaizaad van ZOA. Nu kan hij zelf in zijn eigen levensonderhoud en dat van zijn gezin voorzien.

Ik keek naar buiten, het regende nog steeds, maar toch leek het wel of de zon doorbrak…

Wil je weten wat er in Zuid-Sudan aan de hand is? Lees dan ons achtergrondverhaal.