Leven in een graaicultuur: hoeveel hark jij binnen?

Je hoort het regelmatig. Volwassenen die terugverlangen naar hun onbezorgde s chooltijd. Zeker als je zelf schoolgaande kinderen hebt en ziet hoe overzichtelijk en – vaak – onschuldig hun wereld eruit ziet.

Door Bertil Moraal – Unit Manager Finance & IT bij ZOA

Ik niet. Het is niet zo dat mijn leven in mijn schooltijd ellendig was. Maar het was niet de periode in mijn leven die ik graag over zou doen. Dat komt hoofdzakelijk door drie dingen. Allereerst de ‘vogelnestjes’ die je tijdens de gymles in de ringen moest maken. Welke onderwijswetenschapper heeft bedacht dat het later goed van pas zal komen dat je op-de-kop aan twee houten ringen kunt hangen? De tweede reden is de les handvaardigheid. Of we even van klei een dier-met-praktische-gebruiksfunctie wilden maken. Toen mijn toch al lelijke slak-annex-spaarpot ook nog eens in elkaar zakte heb ik het huisje doormidden gehakt, op een worst van klei gelegd en geroepen “Kijk, een slak-asbak”. Ik was als eerste klaar en kreeg een vijf-komma-nul. Puur uit medelijden denk ik. Het kunstwerk rechtvaardigde nog geen anderhalf.

Toch vallen deze twee redenen in het niet bij het allerergste: schoolzwemmen! Dat komt ook omdat ik steeds in een andere groep zat. Dat wil zeggen, ik zat steeds in dezelfde groep terwijl alle andere kinderen doorstroomden naar een volgende groep en vervangen werden door steeds kleinere zwemtalentjes.

 

Zoek eerst het Koninkrij-hijk va-han Góóód, zong hij. Ik heb me nog nooit zo geschaamd.

Maar het aller-, allerergste van het schoolzwemmen was de busreis. We gingen met twee klassen van verschillende scholen in één bus richting hetzelfde zwembad. In die andere klas zat een jongen uit mijn voetbalteam. De eerste keer dat ik hem de bus in zag lopen dacht ik “leuk, ik ga bij hem zitten”. Had ik dat maar nooit gedaan. Want we waren de straat nog niet uit of vanaf de achterste rij begonnen alle meisjes van mijn klas luidkeels te zingen:

“Zoek eerst het Koninkrij-hijk va-han Góóód. En zijn gerechti-highei-HEID! En di-hit alles ontvangt u bovendien. Hallehelu-hallelujaahh!”Zoek eerst het Koninkrij-hijk va-han Góóód, zong hij.

Ik heb me nog nooit in mijn leven zo geschaamd. Sterker nog, ik was zelfs blij – moet je nagaan! – dat we bij het zwembad waren aangekomen en we richting kleedkamer konden. De vrolijke nachtegaaltjes naar rechts. Ik zo snel als ik kon naar de jongenskleedkamers links.

Gerechtigheid
Kort geleden las ik in mijn Bijbel in het boek Matteüs. Het zesde hoofdstuk over geven, bidden en vasten. Over zien en gezien worden. Over het verkiezen van religieuze vorm boven geestelijke inhoud. Over de drang om door mensen geaccepteerd of bewonderd te worden. Over het verzamelen van schatten op aarde. En dan opeens de climax van het hoofdstuk:

“Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden.” (Matt. 6:33 NBV)

Wat een rake oneliner eigenlijk. Matteüs wil zijn lezers even duidelijk maken wat nou echt belangrijk is. Hoezo je druk maken of de mensen om je heen je zien staan? Waarom al die tijd en energie steken in spaarrekeningen, carrièrestappen, Linkedin-endorsements, Facebook-likes en de zo noodzakelijke winterbanden? “Kijk nou eerst eens waar het echt om draait!”, roept Matteüs je toe.

Het draait om Gods gerechtigheid. Dat klinkt wat vreemd misschien. Maar het is als het ware de ‘rechtsorde’ van het Koninkrijk van God. De spelregels van dat rijk, zoals ook Nederland zijn wetten en regels heeft. Dat wat iemand in zijn recht doet staan. Waar vanuit je mag leven en functioneren in dát koninkrijk.

Duizenden jaren geleden vertrok onder leiding van Mozes een groep mensen uit Egypte. En op het moment dat zij een volk met een identiteit worden krijgt het ‘leefregels’ mee. Logisch, je moet weten hoe het werkt in deze samenleving. En dan komen er vele leefregels aan de orde met dezelfde strekking: zorg ervoor dat blijvende verschillen bij jullie nooit kunnen bestaan! God zelf creëert het systeem dat in het verhaal van Ruth en Boaz concreet te lezen is. Het niet maaien tot de randjes van jouw akker om daarna in al jouw gulheid iets weg te geven. Want niet alles wat er te oogsten valt binnen willen harken. Zorg er ook voor dat elke zeven jaar onderlinge schulden worden weggepoetst. En zelfs dat elke zeven keer zeven jaar originele familie-eigendommen weer terug gaan naar de originele eigenaar. Waarom? Omdat hierdoor iedereen de kans krijgt in zijn leven opnieuw te beginnen. En blijvende ongelijkheid nooit voet aan de grond kan krijgen. Dát is de gerechtigheid van het Koninkrijk. De rechtsorde. De spelregels voor samen leven.Liefdadigheid hoort eigenlijk niet te bestaan

Buigen is het nieuwe recht
Klinkt goed? Misschien wel, maar realiseer je wat dat betekent. Het maakt dat liefdadigheid eigenlijk niet hoort te bestaan. Want gerechtigheid gaat veel verder. Bij liefdadigheid geef je niet iets van waar jij zelf recht op hebt weg. Nee, je bent bereid minder ‘binnen te harken’ en anderen de ruimte te geven. Dat klinkt voor veel mensen verre van aantrekkelijk. Want het kost het je iets. En het vraagt een dienende houding waarbij je laat zien dat je anderen hoog acht.

En toch. Probeer je eens een wereld voor te stellen waar je al je creativiteit en ondernemerschap de volle ruimte kunt geven. Een wereld waarin alle schulden ooit weggepoetst worden en je weer sociaal-economisch naast elkaar kunt staan. Een wereld dus waarin bezit heel relatief is geworden en macht altijd beperkt en tijdelijk is.

Zou je dat aandurven? Het lijkt mij geen wereld om je voor te schamen, maar een wereld waar je bij wílt horen!

Bertin Moraal is Unit Manager Finance & IT bij ZOA