Onrust in Syrië en ons werk in Irak

Dagboek van een ZOA medewerker

“Als ZOA-medewerker in Irak is het altijd fijn om berichtjes te krijgen vanuit het thuisfront, maar vooral in een onrustige periode betekenen deze berichten veel voor me. Zo ook deze week. De onrusten die nu al meer dan een week het land verlammen, worden ook opgemerkt door de Nederlandse pers, en we krijgen ongeruste berichtjes van familie en vrienden”.

Esther Grisnich, die landendirecteur is in Irak geeft ons een kijkje in haar dagboek. Zij laat ons zien hoe de situatie in Irak is nu er zoveel gaande is in buurland Syrië.

Maandag 7/10
“Onderweg van Mosul naar Erbil staar ik naar het scherm van m’n laptop op m’n schoot, in m’n hand m’n telefoon. Bijna passeren we de laatste checkpoint terwijl we onderweg zijn van de Arabische naar het Koerdisch gebied. Zou het internet het alweer doen? Het is toch wel een bizarre gewaarwording om twee dagen zonder internet te zijn. Niet voor email, niet voor berichten, een zwakke telefoonverbinding.

Wat wij in Nederland moeilijk voor kunnen stellen is dat de overheid hier de macht heeft om heel het land plat te leggen door alle 3G internetverbindingen uit te schakelen. Alleen in de rustige Koerdische autonome regio doet het internet het. De reden is de angst dat door de sociale media grote groepen mensen zich kunnen verzamelen en protesteren tegen de overheid.

Afgelopen week zijn er meer dan honderd demonstranten omgekomen in demonstraties die het leger hard heeft neergeslagen. Jonge mensen zijn het zat. Irak als rijk olie-land zou geld moeten hebben om iedereen van schoon water en stroom te voorzien. Jongeren willen gewoon een baan, en een toekomst! In plaats daarvan zien veel jongeren geen andere uitweg dan zich ook aan te sluiten bij een militie waar ze tenminste nog meer geld verdienen. Soms zit ik met m’n handen in het haar wat nu te doen. Welke informatie te vertrouwen, welke risico’s we wel of niet kunnen nemen.”

Noodhulp Syrische vluchtelingen

Woensdag 9/10
“De crisis die nu vooral de hoofdstad en het zuiden van het land treft lijkt ver van ons vandaan hier in het ‘veilige Erbil’. Toch zijn we er al heel de week druk mee. Zo hebben we sinds een week een kantoor in Bagdad geopend. Heel trots zijn we erop dat we zo beter onze projecten in het midden en zuiden van het immens grote land kunnen uitvoeren en ook beter contact kunnen onderhouden met de centrale overheid. Maar veel gebruik hebben we nog niet kunnen maken van de faciliteiten. Bagdad zit op slot.”

Esther Grisnich in Irak

Zondag 13/10
“Nu de week vordert zwakt de aandacht van Bagdad alweer af, terwijl de demonstraties doorgaan. Dit keer gaat alle zorg naar de situatie in het noorden van Syrië waar het Turkse leger de Koerdische dorpjes heeft binnengevallen. Al meer dan 100.000 mensen zijn op de vlucht geslagen. Ik volg het nieuws gespannen. ZOA als humanitaire organisatie die zich juist focust op het verlenen van de eerste hulp, heeft zeker een taak als de vluchtelingen ook deze kant op komen. Deze situatie is nieuw en spannend voor me. Hoe moeten we de hulp aan zoveel mensen coördineren, welke goederen moeten we waar en aan wie uitdelen? Hoe verlopen de procedures?

Ik neem meteen contact op met het hoofdkantoor om te schakelen met het noodhulpteam. Ook wat ervaren collega’s op kantoor hier, die ook in de tijd van de grote crisis in Mosul betrokken waren, weten wat er gedaan moet worden. Samen maken we een plan om bij de VN te informeren, een lijst op te stellen met goederen die de mensen mogelijk als eerste nodig hebben en bekijken we de kaart waar mensen wel eens als eerste de grens vanuit Noord Syrië naar het Koerdische gedeelte van Irak zullen overkomen.

Vanochtend kreeg ik al van de VN, de Koerdische autoriteiten en van de office die de coördinatie tussen de hulporganisaties regelt al uitnodigingen om de situatie te bespreken. Ik e-mail het hoofdkantoor in Apeldoorn met een korte update van de huidige situatie en de acties. Ik hoop dat er snel geld beschikbaar komt, want de nood is hoog. Ook mail ik de Nederlandse ambassade om hen te laten weten dat ZOA wil helpen met het verlenen van de erste hulp. Tot slot vraag ik ook onze partnerorganisaties die dichtbij de grens met Syrië zitten om mee te doen.

Ondertussen gaat het werk op kantoor gewoon door. Ik snel met een financieel collega naar twee banken om mijn handtekening te legaliseren, en overleg ik met het managementteam de plannen voor deze week. In het vlugge voorbijgaan vraag ik een collega hoe het met haar gaat.

Direct begint ze over Bagdad en dat ze zich zo weinig kan concentreren. Ik besef me dat ik niet zomaar even kan doorlopen en vraag wat haar zo bezig houdt. Ze barst in tranen uit en snikt hoe erg het is dat honderden jongeren zomaar omkomen terwijl niemand echt naar ze luistert. Er geen toekomst is en het land zo verdeeld is. Hoe we ook ons best doen in onze organisatie, zal het ooit beter worden? Het emotioneert me ook, en hoewel we niet hetzelfde geloof hebben, vraag ik toch of het goed is om samen te bidden.

Wij tweeën in de meeting room tegenover elkaar met gevouwen handen voelt plotseling heerlijk veilig. Alsof er iets warms om ons heen is.”

ZOA start noodhulp op voor Syrische vluchtelingen uit Noordoost-Syrië. Help je mee dit mogelijk te maken?
Ja, ik help mee

syrie